Strafrecht overig
Conclusie AG in de megazaak Eris (liquidaties en voorbereidingen van liquidaties). Wegens het overlijden van…
ECLI:NL:PHR:2026:358 · Parket bij de Hoge Raad · 24 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2026-358
Zaakgegevens
Op 24 maart 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 maart 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- 25/00688
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2026:358
Samenvatting
Conclusie AG in de megazaak Eris (liquidaties en voorbereidingen van liquidaties). Wegens het overlijden van de verdachte wordt geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Tussen 25/00523, 25/00524, 25/00537, 25/00542, 25/00579, 25/00658, 25/00659, 25/00667, 25/00688, 25/00689 en 25/00690 bestaat samenhang.
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer25/00688
Zitting 24 maart 2026
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de verdachte
Het cassatieberoep
1. De verdachte is bij arrest van 12 februari 2025 (parketnr. 21-003041-22) door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens meer subsidiair “medeplegen van voorbereiding van moord”, “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, “poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” en “poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaren en zes maanden, met aftrek van het voorarrest als bedoeld in artikel 27 Sr. Daarnaast heeft het hof een aantal in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen verbeurdverklaard en de teruggave gelast aan de rechthebbende van een voorwerp. Voorts heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. D.N. de Jonge, advocaat in Rotterdam, heeft negen cassatiemiddelen voorgesteld.
Overlijden van de verdachte
3. Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 9 februari 2026 overleden. Daarom is volgens artikel 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
4. Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
Slotsom
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en van de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 juli 2022 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG