Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2026:431 · Parket bij de Hoge Raad · 24 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2026-431
Zaakgegevens
Op 24 april 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 april 2026
- Datum publicatie
- 22 april 2026
- Zaaknummer
- 23/04749
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2026:431
Samenvatting
Aanvullende conclusie.
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04749
Zitting 24 april 2026
AANVULLENDE CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte
-
Tot mijn spijt moet ik constateren dat mijn op 31 maart 2026 genomen conclusie een misslag bevat. Deze wil ik graag herstellen.
-
In de randnummers 3.1-3.4 heb ik ambtshalve aandacht besteed aan verjaring. Ik kwam toen tot de conclusie dat ten aanzien van de onder 1, cumulatief/alternatief, ten laste gelegde feiten voor zover deze betrekking hebben op woningcorporatie Portaal, sprake zou zijn van verjaring en het openbaar ministerie in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Daarom heb ik tevens geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij Portaal in haar vordering tot schadevergoeding en tot compensatie van de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
-
Dat verjaring op de daar genoemde gronden is ingetreden, is echter onjuist. Ik heb in die overwegingen ten onrechte niet betrokken dat overtreding van art. 328ter Sr met ingang van 1 januari 2015 wordt bedreigd met een gevangenisstraf van maximaal vier jaren. Dat betekent dat het recht tot strafvervolging van het delict van art. 328ter Sr op grond van art. 70 lid 1 onder 3 Sr – buiten het geval van de stuiting ervan – verjaart na 12 jaren en dat de absolute verjaringstermijn dus 24 jaren bedraagt. Die 24 jaren zijn nog niet verstreken.
-
Dit betekent dat ik mij bij de bespreking van de eerste vier middelen, die klagen over de bewezenverklaring van feit 1 in zijn geheel, ten onrechte heb beperkt tot de op De Woonplaats betrekking hebbende feiten en de op Portaal betrekking hebbende feiten ten onrechte buiten beschouwing heb gelaten. De beschuldigingen wat betreft Portaal en De Woonplaats zijn in de kern gelijkluidend. De in de middelen neergelegde klachten maken geen relevant onderscheid tussen beide woningcoöperaties. Ik meen dat de middelen voor zover deze zien op Portaal falen en dat de redenen daarvoor reeds voldoende besloten liggen in mijn standpunt ten aanzien van De Woonplaats. Ik verwijs ook naar mijn conclusie van 31 maart 2026 in de samenhangende zaak 23/04756, waarin ik bij de bespreking van het tweede middel inga op de omkopingsfeiten ten aanzien van zowel De Woonplaats als Portaal.
-
Gelijksoortige beschouwingen gelden voor de bespreking van het namens de benadeelde partijen Portaal en De Woonplaats voorgestelde middel, waarbij ik in mijn eerdere conclusie enkel ben ingegaan op de vordering van De Woonplaats. Dit middel is gericht tegen de beslissing van het hof de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen tot vergoeding van materiële schadevergoeding. Nu het hof de benadeelde partijen op dezelfde gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard in hun vorderingen, is naar mijn inzicht in mijn bespreking van het middel ten aanzien van de vordering van De Woonplaats ook voldoende tot uitdrukking gebracht dat en waarom het middel ten aanzien van de vordering van Portaal tevergeefs is voorgesteld.
-
Het voorgaande brengt mee dat mijn conclusie dient te worden gelezen met weglating van de randnummers 3.1-3.4, 6.2 en 7.3 en dat randnummer 7.5 verbeterd moet worden gelezen als:
“Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering van de opgelegde taakstraf naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.”
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden