Strafrecht overig
Conclusie AG. Meerdere Opiumwetdelicten en witwassen. Het eerste middel klaagt tevergeefs over het oordeel…
ECLI:NL:PHR:2026:609 · Parket bij de Hoge Raad · 23 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2026-609
Zaakgegevens
Op 23 juni 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Datum publicatie
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/03709
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2026:609
Samenvatting
Conclusie AG. Meerdere Opiumwetdelicten en witwassen. Het eerste middel klaagt tevergeefs over het oordeel van het hof dat het ongecontroleerde bezit van Temazapan, Kamagra en Cobra pillen in strijd is met de wet of het algemeen belang. Het tweede middel klaagt terecht over schending van de inzendtermijn in cassatie, hetgeen moet leiden tot strafvermindering. Voor het overige strekt de conclusie tot verwerping van het beroep.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 september 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:7013Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2026:609
Hoge Raad · 14 juli 2026
ECLI:NL:HR:2026:1236
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/03709
Zitting 23 juni 2026
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte
1 Inleiding
De verdachte is bij arrest van 24 september 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden (parketnr. 21-000041-24) wegens:
- het in de zaak met parketnummer 18-249690-23 onder 2 bewezenverklaarde:
“opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod”;
- het in de zaak met parketnummer 18-249690-23 onder 3 bewezenverklaarde:
“opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod”;
- het in de zaak met parketnummer 18-207483-23 onder 1 bewezenverklaarde:
“medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod”, en
- het in de zaak met parketnummer 18-207483-23 onder 2 bewezenverklaarde:
“eenvoudig witwassen”,
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals in het arrest omschreven. Ook heeft het hof een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde taakstraf toegewezen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel klaagt over de onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen medicijnen. Het tweede middel klaagt over schending van de inzendtermijn in cassatie.
2 Het eerste middel
Het middel komt op tegen het oordeel van het hof dat de inbeslaggenomen strips Temazepam, drie Cobrapillen en een doos Kamagra moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Aangevoerd wordt dat de verdachte niet is veroordeeld voor een overtreding van de Geneesmiddelenwet en het hof heeft nagelaten te motiveren waarom het enkele bezit van deze als reguliere geneesmiddelen te karakteriseren medicijnen in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Het bestreden arrest houdt onder meer in:
“Beslag
(…)
Medicijnen/verdovende middelen
Het hof acht inzake parketnummer 18-249690-23 de in beslag genomen 16 strippen Temazepam, 1 doos Kamagra en 1 strip met drie Cobra pillen eveneens vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
(…)
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
(…)
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven
voorwerpen, te weten:
- 16 strippen Temazepam met omschrijving 1646141;
- 1 doos Kamagra met omschrijving 1646144;
- 1 strip met drie cobra pillen met omschrijving 1646150;”
Uit het bestreden arrest kan niet worden opgemaakt op basis van welke bepaling (art. 36c of art. 36d Sr) het hof heeft beslist tot onttrekking aan het verkeer. Een daarop toegesneden motivering ontbreekt en een grondslag is ook niet af te leiden uit de door het hof toegepaste wettelijke voorschriften. Daarover klaagt het middel echter niet.
De klacht in cassatie is toegespitst op het in zowel art. 36c als art. 36d Sr voor de toepassing van de maatregel van onttrekking aan het verkeer besloten liggende vereiste dat het desbetreffende voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Het moet daarbij gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met de wet of het algemeen belang. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat onttrekking aan het verkeer is beperkt tot voorwerpen die niet slechts in handen van de dader, maar in handen van het publiek in het algemeen gevaarlijk zijn.
Daarmee is het middel gedoemd te falen. Anders dan de stellers van het middel willen, is van reguliere geneesmiddelen geen sprake. Temazepam is immers een middel dat staat vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. Van Kamagra en Cobra pillen is, zo al niet algemeen bekend, direct vindbaar dat dit illegale alternatieven zijn voor Viagra (dat overigens ook niet vrij verkrijgbaar is). In aanmerking genomen dat ook de rechtbank had beslist tot onttrekking aan het verkeer van deze voorwerpen en de verdediging daarover in hoger beroep geen enkele opmerking heeft gemaakt, terwijl de advocaat-generaal in hoger beroep heeft gevorderd dat het beslag conform het vonnis van de rechtbank wordt afgedaan, komt het oordeel van het hof dat het ongecontroleerde bezit van Temazapan, Kamagra en Cobra pillen in strijd is met de wet of het algemeen belang mij niet onbegrijpelijk voor en is het toereikend gemotiveerd.
3 Het tweede middel
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
Namens de verdachte is op 7 oktober 2024 cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 1 augustus 2025 binnengekomen. Daarmee is de inzendtermijn van acht maanden met bijna twee maanden overschreden. Het middel klaagt daarover terecht. Nu een voortvarende behandeling die de overschrijding van de inzendtermijn zou kunnen compenseren niet meer mogelijk is, moet het vorengaande leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf in een mate die de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
4 Slotsom
Het eerste middel faalt en kan worden afgedaan met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering. Het tweede middel is terecht voorgesteld.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G