Strafrecht overig
Conclusie AG. Groothandel in ketamine. Falend middel over daderschap verdachte. Conclusie strekt tot…
ECLI:NL:PHR:2026:794 · Parket bij de Hoge Raad · 18 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2026-794
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2026
- Datum publicatie
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- 25/00460
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2026:794
Samenvatting
Conclusie AG. Groothandel in ketamine. Falend middel over daderschap verdachte. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 25/00329, 25/00337, 25/00383, 25/00384, 25/00386, 25/00461 en 25/00521.
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer25/00460 E
Zitting 18 augustus 2026
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte
Inleiding
1. De verdachte is bij arrest van 30 januari 2025 (parketnr. 23-001360-22) door het gerechtshof Amsterdam wegens "medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan", veroordeeld tot eenentwintig maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 25/00329, 25/00337, 25/00383, 25/00384, 25/00386, 25/00461 en 25/00521, waarin ik vandaag ook zal concluderen. Er bestaat tevens samenhang met de zaken 25/00516 en 25/00361 waarin het cassatieberoep is ingetrokken en de zaken 25/00436 en 25/00520, waarin het cassatieberoep op 18 november 2025 door de Hoge Raad niet-ontvankelijk is verklaard omdat geen schriftuur met cassatiemiddelen is ingediend.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. V.P.J. Tuma, advocaat in Arnhem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
4. Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring. Aangevoerd wordt dat uit de bewijsvoering niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de transporteur is geweest bij de drie bewezen verklaarde transporten van ketamine.
De bewezenverklaring en bewijsmotivering
5. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezen verklaard dat:
“hij in de periode van 27 maart 2020 tot en met 28 mei 2020 te [plaats] , [gemeente] en/of Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk zonder registratie in een grote hoeveelheid ketamine (te weten 40 kilogram en 100 kilogram en 100 kilogram) een groothandel heeft gedreven”
6. Het arrest bevat deze bewijsoverwegingen:
“Inleiding
Uit de in de bewijsmiddelen opgenomen EncroChat-berichten tussen de accounts [F] en [G] , geïdentificeerd als [betrokkene 6] respectievelijk [betrokkene 2] , komt naar voren dat zij intensief met elkaar hebben gecommuniceerd, waarbij vaak de term “keta” valt. Uit deze berichten kan worden afgeleid dat de gesprekken gaan over transporten van ketamine uit Duitsland, op welke data deze transporten plaatsvonden en op welke plaatsen de hoeveelheden van 40 kilogram en tweemaal 100 kilogram ketamine door de transporteur zijn afgeleverd.
Drie transporten (40 kilogram en tweemaal 100 kilogram) door de verdachte als transporteur Het hof stelt vast dat kenmerkende overeenkomsten bestaan tussen de verdachte en de beschrijvingen van de transporteur, zoals gegeven in diverse EncroChat-gesprekken. De transporteur wordt telkens aangeduid met de naam [verdachte] , uit [plaats] , zijnde de voornaam en geboorteplaats van de verdachte. De medeverdachte [betrokkene 2] onderhoudt blijkens de EncroChat-gesprekken met [betrokkene 6] contact met deze [verdachte] . De verdachte heeft verklaard dat hij [betrokkene 2] kent en het nummer van zijn zakelijke telefoon (eindigend op [001] ) is ook opgeslagen in de telefoon van [betrokkene 2] . Uit de EncroChat-gesprekken volgt dat de transporteur van de ketamine een bedrijf aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens heeft. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte een bedrijf heeft met twee vestigingen, die zich nabij de Nederlands-Duitse grens bevinden, namelijk in [plaats] (Nederland) en [plaats] (Duitsland). Bovendien is gebleken dat eerdergenoemd telefoonnummer Van de verdachte, eindigend op [001] , zich bij elk van de drie transporten begeeft in de richting van de plaatsen van de overdracht van de ketamine, te weten:
- Transport 1 (21 en 22 april 2020): de zakelijke telefoon van de verdachte vertrok op 22 april 2020 te 18.30 uur vanaf [plaats] en wordt om 20.31 uur in [plaats] geregistreerd. Dit komt overeen met een bericht van [F] aan [O] van 20 april 2020, waarin hij zegt dat de transporteur naar [plaats] zal komen en hij het daar zal pakken: “tp (het hof begrijpt: transport) will come to my town [plaats] . My male got a truck-hagar. TP will drive to there. And I grab it from him”.
- Transport 2 (28 en 29 april 2020): [G] stuurt [F] op 29 april 2020 te 10.00 uur de woorden “is al [plaats] ”. De zakelijke telefoon van de verdachte verplaatst zich op die datum vanaf 10.41 uur vanuit [plaats] naar Amsterdam. [F] informeert ondertussen voortdurend via [G] waar “hij” nu is (waarbij uit de context volgt dat deze “hij” [verdachte] heet) en kennelijk ziet [F] hem om 13.02 uur voorbijrijden, hetgeen hij [G] bericht, waarna [F] aan [P] laat weten: “The good are in bro”. De telefoon van de verdachte is om 13.55 uur in Amsterdam geregistreerd, onder het bereik van een zogenoemd Cell-ID die dekking geeft aan de onmiddellijke omgeving van het tankstation BP, gevestigd aan de Oude Haagseweg 18. De auto van [betrokkene 2] met kenteken [kenteken 1] bevindt zich omstreeks 13.09 uur en 13.56 uur eveneens in de directe omgeving van dit tankstation.
- Transport 3 (27 en 28 mei 2020): op 28 mei 2020 om 13.59 uur bevindt de zakelijke telefoon van de verdachte zich in [plaats] . Vanaf deze locatie is het gemiddeld twee uur rijden naar Libanees restaurant Cedars te Amsterdam, waar - zo leidt het hof uit de in de bewijsmiddelen opgenomen chatberichten af - [verdachte] de door hem opgehaalde ketamine zal afleveren. Blijkens EncroChat-berichten van [G] is “hij” omstreeks 15.43 uur bij voornoemd restaurant gearriveerd. De zakelijke telefoon van de verdachte is omstreeks 15.52 uur onder het bereik van een Cell-ID die dekking geeft aan de omgeving van het restaurant.
Dat de Mercedes Benz Vito met kenteken [kenteken 2] op naam van een ander dan de verdachte stond, welke persoon eveneens bedrijfsvestigingen aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens zou hebben, leidt niet tot een ander oordeel. Dit doet immers geen afbreuk aan het samenstel van de hiervoor weergegeven typische overeenkomende kenmerken, op basis waarvan wordt geconcludeerd dat de verdachte de transporteur van de drie ketaminetransporten is geweest. In dat Iicht merkt het hof nog op dat betreffende Mercedes Benz Vito is aangetroffen op het bedrijfsterrein van de verdachte en dat een politieobservatie van 10 juni 2020 aantoont dat de verdachte daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van betreffende auto.
(…)
Rijverbod
Voor zover de verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte de transporten vanuit Berlijn niet heeft kunnen uitvoeren, omdat hij een rijverbod in Duitsland had, overweegt het hof als volgt. Het gegeven dat het de verdachte reeds jaren niet zou zijn toegestaan motorvoertuigen in Duitsland te besturen, betekent niet dat de verdachte dit verbod ook heeft nageleefd. Het hof wijst hierbij op de veroordeling van de verdachte door het Amtsgericht Langenfeld te Duitsland van 6 juli 2023 wegens het besturen van een voertuig zonder rijbewijs of zonder bevoegdheid dat te doen (pagina 7 van het uittreksel van de Justitiële Documentatie van de verdachte van 19 november 2024). Daarnaast is niet uitgesloten de mogelijkheid dat de verdachte andere personen als chauffeur heeft ingeschakeld, waarbij hij dan aanwezig was als bijrijder. Het hof verwerpt het verweer.
(…)
Conclusie
Op grond van de bewijsmiddelen en het hiervoor overwogene is naar het oordeel van het hof voldoende komen vast te staan dat de verdachte, als transporteur van de ketamine, een onmisbare schakel vormde in de ten laste gelegde groothandel - hij had bedrijven op de juiste locaties en verzorgde het transport van de ketamine tot op de afgesproken locatie in Nederland - waarbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen, onder wie [betrokkene 2] , met wie hij voortdurend in contact stond gedurende het transport, en [betrokkene 6] , bij wie de ketamine werd afgeleverd. Het hof acht derhalve bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het drijven van een groothandel in ketamine, te weten een totale hoeveelheid van 240 kilogram, in de periode van 27 maart 2020 tot en met 28 mei 2020.”
De bespreking van het middel
7. Bovenstaande bewijsredenering (over het daderschap van de verdachte) vind ik goed te volgen. Het oordeel dat de verdachte de persoon (‘ [verdachte] ’) was, die fungeerde als chauffeur bij de ketaminetransporten, is wat mij betreft niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd.
Slotsom
8. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO ontleende motivering.
9. Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof gevonden.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG