Strafrecht overig

Conclusie AG. Overtreding Opiiumwet. Slagend middel over verstrekken en aanwezig hebben MDMA. Uit…

Zaakgegevens

Op 15 september 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15 september 2026
Datum publicatie
9 september 2026
Zaaknummer
25/03669
ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:861
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG. Overtreding Opiiumwet. Slagend middel over verstrekken en aanwezig hebben MDMA. Uit omstandigheid dat verdachte in berichten spreekt over XTC kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij ook MDMA aanwezig heeft gehad. Middel over aanwezig hebben van 3-MMC faalt. Ook middelen over bewezenverklaring van tenlastegelegde periode en ORT falen. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 25/03669 M

Zitting 15 september 2026

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Inleiding

1.1

De verdachte is bij arrest van 9 oktober 2025 door de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens onder 1 “handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd” en onder 2 “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis (voor het onder 1 bewezenverklaarde) en een geldboete van € 100,-, subsidiair twee dagen hechtenis (voor het onder 2 bewezenverklaarde).

1.2

Namens de verdachte heeft S.M. Diekstra, advocaat in Leiden, vier middelen van cassatie voorgesteld.

2 Het eerste en derde middel

2.1

Het eerste middel bevat ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde de klacht dat de bewezenverklaring van het aanwezig hebben en verstrekken van MDMA onvoldoende is gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is. Het derde middel bevat ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde dezelfde klacht omtrent het aanwezig hebben van 3-MMC.

2.2

Beide middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

2.3

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“1.

hij in de periode van 18 december 2019 tot en met 10 november 2022 in Nederland, meermalen, opzettelijk heeft verstrekt en opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zogenoemde XTC-tablet(ten), zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 26 november 2021 in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.”

2.4

De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:

“1.

Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 1 februari 2023 gevoegde, in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , wachtmeester werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, opgemaakte proces-verbaal van verdenking van 8 augustus 2022 (p. 37 en 38) voor zover inhoudende, als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op zondag, 27 maart 2022, is er een militair aangehouden op Curaçao ter zake bezit dan wel het verstrekken van verdovende middelen op lijst 1 van de Opiumwet. De aangehouden verdachte betrof: [betrokkene 1] . Bij de aanhouding is de telefoon van [betrokkene 1] in beslag genomen voor verder onderzoek. Uit onderzoek van de telefoon van [betrokkene 1] is een WhatsApp groep chat gevonden met de naam: ' [naam 1] '. In de WhatsApp groep chat is een militair naar voren gekomen welke zich bezig houdt met verdovende middelen. Met betrekking tot de militair, genaamd [verdachte] , zijn de volgende bevindingen gedaan:

- [verdachte] stuurde meerdere berichten waarin hij spreekt over het gebruik van verdovende middelen;

- [verdachte] stuurde meerdere foto's van verdovende middelen;

- [verdachte] is te zien in een video, vermoedelijk in Amerika, waar hij een witte substantie opsnuift;

- [verdachte] stuurde contactgegevens van een drugsdealer.

2.

Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 1 februari 2023 gevoegde, in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] , wachtmeester werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, opgemaakte proces-verbaal van bevindinge van 22juni 2022 (p. 21 ev.) voor zover inhoudende, als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Uit onderzoek van de telefoon van [betrokkene 1] is de volgende persoon gevonden welke ook betrekking heeft op gebruik, bezit dan wel het verstrekken van verdovende middelen op lijst 1 en 2 van de Opiumwet en werkzaam is binnen Defensie:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats] .

Bevindingen

In de telefoon staat een contact genaamd: ' [verdachte] ' met een banaan icoon erachter. Het bijhorende telefoonnummer is: [telefoonnummer 1] . Het onderzoeksteam heeft middels een CIOT - bevraging vastgesteld dat dit contact de volgende persoon betreft: [verdachte] .

In de telefoon is een WhatsApps groep chat aangetroffen met de naam:

' [naam 1] '. Hierin zitten de volgende contacten:

[verdachte] : [telefoonnummer 1]

…

…

…

…

In deze groep chat zijn de volgende bevindingen met betrekking tot [verdachte] gedaan:

Op 18 februari 2022 hadden de deelnemers van de groep chat, behalve [betrokkene 1] , afgesproken om naar een illegaal rave feest te gaan op 26 februari 2022. Op 26 februari 2022, rond 11:20 uur begonnen de deelnemers te bespreken of zij nog genoeg verdovende middelen hadden voor het feest. Om 11:21:12 uur zei [verdachte] : "Ik heb 3 pillen" om 11:21:35 uur zei hij: "3 en een kwartje om precies te zijn". Om 11:21:41 uur zei hij: "Ik heb een nummer voor Utrecht". Om 11:23:41 uur stuurde [verdachte] een contact door genaamd: [betrokkene 2] met de volgende tekst: "Je kan hem WA'ppen als je in Utrecht bent!" "Is mijn vaste vent sinds 3 jaar, altijd prima! Weet alleen niet of ze nu al werken zo vroeg! Haha" "Ze willen wel vaak binnen komen of in een auto kunnen zitten, niet op straat de overdracht."

3.

Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 1 februari 2023 gevoegde, in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] , wachtmeester der Koninklijke Marechaussee, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2022 (p. 81 e.v.) voor zover inhoudende, als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 10 november 2022, heeft de aanhouding buiten heterdaad plaatsgevonden van verdachte [verdachte] (griffier: zijnde verdachte [verdachte] ), aan [a-straat 1] te [plaats] . Bij deze aanhouding is de telefoon van de verdachte in beslag genomen ter waarheidsvinding om hier onderzoek aan te verrichten.

Het betreft een Iphone 13, IMEI nummer: [0001] .

Groepschat in WhatsApp waarin de volgende personen zitten:

[betrokkene 3] : [telefoonnummer 5]

[betrokkene 4] : [telefoonnummer 6]

[betrokkene 5] : [telefoonnummer 4]

[verdachte] : [telefoonnummer 1]

Op 18-12-2019 vindt er een gesprek plaats waarin [betrokkene 3] vraagt:

"Iemand nog wat nodig?", hierop reageert [betrokkene 4] met: "voor mij een gr pep". [betrokkene 5] reageert hier ook op met: "Zekerrrr, voor mij ook 1 gr pep & willen we nog keta". Hierop reageert [betrokkene 3] met: "Ik doe 4g pep 2g keta en 2g m". [verdachte] antwoord ook op de vraag met: "Keta, En Pillen, stuur maar een tikkie".

WhatsApp gesprek tussen [verdachte] ( [telefoonnummer 1] ) en [betrokkene 6] ( [telefoonnummer 2] ) op 20-11-2021. Hierin zegt [verdachte] tegen [betrokkene 6] : "Wij hebben nog een after party met xtc”.

WhatsApp gesprek tussen [verdachte] ( [telefoonnummer 1] ) en [betrokkene 7] ( [telefoonnummer 3] ) op 14-08-2022.

Hierin vraagt [verdachte] aan [betrokkene 7] : "Mijn zoon, wat wil je van de apotheek?". Hierop reageert [betrokkene 7] met: "gewoon lekkere dingen, ik ga denk ik voor meta, dat valt nooit tegen". Hierop zegt [verdachte] : "Haha oké! ik ga even kijken". [betrokkene 7] Vraagt hierna aan [verdachte] : "Wat neem jij allemaal mee dan?". Waarop [verdachte] zegt: "Ja goeie vraag, Wat xtc, keta en 3mmc denk ik!" [betrokkene 7] antwoord hierop: "Doe voor mij ook maar!"

WhatsApp gesprek tussen [verdachte] ( [telefoonnummer 1] ) en [betrokkene 5] ( [telefoonnummer 4] ) op 19-10-2022.

Hierin vraagt [verdachte] aan [betrokkene 5] : "kan jij wat pillen en keta voor mij bestellen?". Hierop reageert [betrokkene 5] met: "Ja ben alleen zooo skeer.

Krijg morgen hopelijk mn loon" waarna [verdachte] reageert met: "Kan ook wel vast betalen, Moet je zelf ook nog bestellen? Anders vraag ik het aan iemand anders".

4.

Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 1 februari 2023 gevoegde, in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , respectievelijk opperwachtmeester en wachtmeester der Koninklijke Marechaussee, opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte van 10 november 2022 (p. 49 e.v.) voor zover inhoudende, als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

V: Wat is je telefoonnummer?

A: [telefoonnummer 1]

0: Om 22:44 uur, diezelfde avond (griffier: 26 november 2021) stuur jij de volgende berichten: "ik ben lekker een meta'tje aan het maken. Eruggg lekkeroeeee. Ben nu al helemaal naar de klote. Bereid je voor op schandalige snaps.

V: Wat kan je hier over verklaren?

A: Dat kan wel iets zijn wat ik gestuurd heb, ik ga dat ook niet ontkennen

ofzo.

V: Wat houdt: meta ’tje aan het maken in?

A: Het is een lichtere vorm van Ketamine. Het zijn 2 soorten drugs bij elkaar.

Je maakt het niet echt of zo. Je gebruikt of mengt het met elkaar.

V: Welke doe je bij elkaar?

A: 3MMC en Ketamine.

0: Op woensdag 23 februari 2022, hadden jullie met elkaar afgesproken en werd er rond 18:00 uur besproken of er nog drugs er nog was en of er eventueel nog iets gehaald moest worden. Hierop stuur jij om 18:13 uur: "Heb je nog genoeg Keta? Anders moet ik nog if wat regelen.

V: Wat kan je hier over verklaren?

V: Waar wilde je dit gaan regelen?

A: Dat kan gewoon in Amsterdam, dit was bij een burgervriend.

V: Waar haal jij dan de drugs?

A: Je blijft thuis en dan komt er iemand langs.

0: Op 18 februari 2022 werd er binnen de groeps chat besproken om naar een illegale rave te gaan.

Deze rave zou op 26 februari 2022 plaatsvinden. Op die dag werd er rond het 11:20 uur besproken of ze nog genoeg verdovende middelen hadden. Hierop antwoordde jij het volgende: "Ik heb 3 pillen. 3 en een kwartje om precies te zijn, ik heb een nummer voor Utrecht". Vervolgens stuur je een contact door met de naam [betrokkene 2] , samen met de tekst: "Je kan hem WA 'ppen als je in Utrecht bent. Is mijn vaste vent sinds 3 jaar.

V: Wat kan je hier over verklaren?

A: Ja als iemand dat wil regelen dat moet hij dat lekker via dat nummer doen.

En dan geef ik dat nummer aan iemand.

0: Er wordt vervolgens hoe de drugs gekocht moest worden en werd er besloten om bij [...] af te spreken. Hierop stuurde jij: "Wat willen we hebben?" Waarop gereageerd wordt dat ze keta willen. Hierop stuur jij: "10x en keta?"

V: Wat kan je hier over verklaren?

V: Wat bedoelde je met 10x?

A: Ik denk dat het XTC is. Dat ik dat geregeld heb.

V: Wij zien ook een tikkie met als naam "zooi", waar gaat dat dan over?

A: Ik denk over de verdeling. Je spreekt met een paar vrienden af zodat niet iedereen apart hoeft te bestellen. Ik snap dat jullie denken dat het handel is. Ik zie het als aankopen voor elkaar doen, niet handelen, wij regelen het voor elkaar. Je denkt op dat moment gewoon niet aan het handelen in drugs. Omdat het normaal is om erover te praten dat naïviteit gewoon opwekt, je doet het met je vrienden je bestelt wat ook voor je vrienden maar dat is het dan. Het gaat om kleine hoeveelheden om onder vrienden een leuke avond te hebben. Daarna wordt er nog wel nabesproken over goeie shit of slechte shit, brak etc.

Verder wil ik aangeven dat ik recreatief gebruik.

5.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van de militaire kamer van het hof van 25 september 2025, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik heb recreatief drugs gebruikt. Dat betrof XTC en ketamine.

6.

De als schriftelijk bescheid in het dossier gevoegde prints van de hiervoor

weergegeven Whatsapp-gesprekken (p. 33, 69, 73, 83-86, 89).”

2.5

Het hof heeft de volgende bewijsoverwegingen in zijn arrest opgenomen:

“Feit 1

Uit onderzoek van verdachtes eigen telefoon is gebleken dat er op 18 december 2019 een gesprek (in een andere groepschat) plaatsvond waarin [betrokkene 3] vraagt: "Iemand nog wat nodig?". Hierop reageert [betrokkene 4] met: "voor mij een gr pep". [betrokkene 5] reageert hier ook op met: "Zekerrrr, voor mij ook 1 gr pep & willen we nog keta". Hierop reageert [betrokkene 3] met: "Ik doe 4g pep 2g keta en 2g m". [verdachte] (hof: verdachte) antwoordt ook op de vraag met: "Keta, En Pillen, stuur maar een tikkie".

Op 20 november 2021 stuurde verdachte: “Wij hebben nog after party met XTC".

Op 14 augustus 2022 stuurde verdachte een bericht: “Wat wil je van de apotheek?” [betrokkene 7] antwoorde daar op: “Gewoon lekkere dingen” “Ik ga denk ik voor meta” “Dat valt nooit tegen”. Verdachte reageerde met: "Haha oké! Ik ga eens even kijken”. Op de vraag van [betrokkene 7] wat verdachte dan allemaal meeneemt stuurt verdachte: “Wat xtc, keta en 3mmc denk ik!”. [betrokkene 7] reageerde daar op met: “Doe voor mij ook maar!”.

Uit onderzoek aan de telefoon van [betrokkene 1] blijkt dat verdachte op 26 februari 2022 liet volgende bericht stuurde: "Ik heb 3 pillen. 3 en een kwartje om precies te zijn, Ik heb een nummer voor Utrecht". Vervolgens stuurde verdachte een contact door met de naam [betrokkene 2] , samen met de tekst: "Je kan hem WA’ppen als je in Utrecht bent. Is mijn vaste vent sinds 3 jaar”.

Bij zijn verhoor bij de Koninklijke Marechaussee, en ook ter terechtzitting, heeft verdachte verklaard dal hij recreatief XTC en Ketamine gebruikte. Verdachte ontkent dat hij drugs aan anderen heeft verstrekt in de zin van 'dealen'. Tijdens zijn verhoor bij de Koninklijke Marechaussee heeft verdachte hierover verklaard dat het niets te maken heeft met winst maken of met handel in drugs, maar dat je met vrienden afspreekt zodat niet iedereen apart hoeft te bestellen. Verdachte ziet dat als aankopen voor elkaar doen, voor elkaar regelen, niet handelen.

Het hof is van oordeel dat op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte gedurende een langere periode niet alleen XTC (MDMA) voorhanden heeft gehad (eigen gebruik), maar dat ook heeft verstrekt aan anderen. Dat hij dat laatste niet uit winstbejag heeft gedaan, maar als een soort ‘vriendendienst’, doet aan die juridische kwalificatie niet af. Het hof is ook van oordeel dat aan een bewezenverklaring niet in de weg staat dat er geen drugs getest zijn. Het hof baseert de conclusie dat daadwerkelijk sprake was van XTC (MDMA) op de duur van de berichtenwisseling, de inhoud van de berichten over drugs en de verklaring van verdachte in onderlinge samenhang bezien, waarbij steeds sprake is van het ‘bestellen’ van de drugs en waarbij er daarna ook nabesproken wordt over ‘goeie shit' of ‘slechte shit’ en ‘brak’ etc.

Het onder 1 tenlastegelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte zal wel worden vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dat ziet op cocaïne. In het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg staat weliswaar dat verdachte verklaard heeft dat hij cocaïne heeft gebruikt maar verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep uitdrukkelijk verklaard dat hij dit zo niet heeft gezegd en dat sprake moet zijn van een vergissing omdat hij bij de rechtbank alleen maar heeft verklaard over ketamine. Het hof is gelet hierop en op het feit dat ook niet uit het dossier blijkt dat verdachte zich met cocaïne bezig hield, van oordeel dat inderdaad sprake is van een verschrijving in het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg.

Feit 2

Ten aanzien van feit 2 overweegt het hof dat verdachte op 26 november 2021 een bericht stuurde: "Ik ben lekker een meta’tje aan het maken” "Errggg lekkeroeeee" “Ben nu al helemaal naar de klote”. In zijn verhoor bij de Koninklijke Marechaussee werd verdachte gevraagd wat het maken van een meta’tje inhoudt en welke drugs hij daarvoor bij elkaar doet. Verdachte antwoordde daarop: “3MMC en Ketamine. Toen nog legaal volgens mij”.

Het hof acht op grond van het vorenstaande bewezen dat verdachte op 26 november 2021 3MMC aanwezig heeft gehad. Dat was op dat moment niet legaal, omdat 3MMC sinds 28 oktober 2021 op lijst II van de Opiumwet staat.

Het hof acht ook het onder 2 tenlastegelegde dus wettig en overtuigend bewezen, maar alleen voor wat betreft 3-MMC op 26 november 2021. Voor het overige, ook voor zover dit feit ziet op hennep, zal verdachte worden vrijgesproken.”

2.6

In de toelichting op het eerste en derde middel wordt in de kern aangevoerd dat gezien het ontbreken van een indicatieve test in het dossier waaruit blijkt dat de middelen die de verdachte aanwezig heeft gehad dan wel heeft verstrekt de op de lijsten I (MDMA) en II (3-MMC) van de Opiumwet vermelde middelen zijn, niet kan blijken dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, dan wel dat het hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk gevoerde verweer hieromtrent.

2.7

Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat een indicatieve test waaruit blijkt dat alle middelen ten aanzien waarvan de verdachte een van de in de Opiumwet beschreven verboden gedragingen heeft verricht op de verbodslijsten bij de Opiumwet voorkomen niet in alle gevallen is vereist.

2.8

Ik wijs in de eerste plaats op een arrest van 5 juni 2007 waarin de Hoge Raad oordeelde dat, ondanks het ontbreken van een narcotest, de bewezenverklaring van het in vereniging bewerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van een hoeveelheid MDMA toereikend was gemotiveerd in aanmerking genomen dat het hof had vastgesteld dat de verdachte jarenlang ervaring had met het gebruik van verdovende middelen en hij sinds zes à zeven jaar XTC-pillen gebruikte; de verdachte de XTC inkocht in partijen van 500 stuks; de verdachte sinds drie à vier jaar, alvorens hij een partij pillen kocht, met een monster naar een opvanghuis voor drugsverslaafden ging om dat monster te laten testen waarbij de ingeleverde pillen naar een laboratorium werden gestuurd en dat hij na een week hoorde welke stoffen daarin zaten; de verdachte ermee bekend was dat de werkzame stof in XTC MDMA is en dat hij heeft verklaard, te weten waar hij op moet letten. Gezien deze omstandigheden kon het hof oordelen dat de mogelijkheid dat de bewezenverklaarde gedragingen XTC-pillen betroffen die niet als werkzame stof MDMA bevatten, verwaarloosbaar klein is.

2.9

Verder wijs ik op het arrest van 1 juli 2008 waarin het ging het om een geval waarin de verdachte was veroordeeld voor het in de periode van een maand medio 2003 tezamen en in vereniging met anderen buiten het grondgebied van Nederland brengen van hoeveelheden MDMA. Van deze transporten was geen fysiek bewijs meer. De veroordeling was hoofdzakelijk gebaseerd op de tot het bewijs gebezigde tapgesprekken waarin door de verdachte met zijn medeverdachte Y. in versluierd taalgebruik werd gesproken over het over de grens brengen en afleveren van goederen en waarin deze medeverdachte Y. met afnemers en kennelijk met tussenpersonen sprak over de levering van goederen. Uit deze gesprekken bleek dat afnemers niet tevreden waren over de kwaliteit van de aan hen geleverde rode tabletten. Uit deze tapgesprekken, in combinatie met de omstandigheid dat bij doorzoeking van een loods en woning van de verdachte in begin 2004 (dus een half jaar na de bewezenverklaarde periode) zeer veel verschillende tabletten zijn aangetroffen, alle bevattende MDMA, waaronder een half vergaan rozerood tablet dat eveneens MDMA bevatte (dit bleek uit indicatieve tests), kon het hof afleiden dat de bewezenverklaarde gedragingen waren verricht met betrekking tot XTC-pillen die als werkzame stof MDMA bevatten, aldus de Hoge Raad.

2.10

De vrijheid van de feitenrechter om zonder indicatieve test aan te nemen dat middelen ten aanzien waarvan de verdachte de in de Opiumwet verboden gedragingen heeft verricht op de Opiumwetlijst staan genoemd, is niet onbegrensd. Zo achtte de Hoge Raad in zijn arrest van 25 november 2003 het oordeel van het hof dat de verdachte MDMA buiten het grondgebied van Nederland had gebracht onvoldoende gemotiveerd. Ondanks dat zich bij de bewijsmiddelen een proces-verbaal bevond waarin was gerelateerd dat bij de aanhouding van de verdachte “23 zakjes, elk inhoudende 50 XTC-tabletten” in beslag waren genomen alsmede meerdere getuigenverklaringen waarin werd gerelateerd dat de getuigen in totaal tien-, honderd- en soms zelfs duizendtallen ecstasy-pillen (alsmede ook andere harddrugs) bij de verdachte hadden gekocht, had het hof volgens de Hoge Raad miskend “dat van algemene bekendheid is dat de in het spraakgebruik als XTC aangeduide drug haar effect, behalve aan MDMA, MDA of MDEA, ook aan andere, al dan niet op de bij de Opiumwet behorende lijst I vermelde stoffen, kan ontlenen”, zodat volgens de Hoge Raad de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kon volgen.

2.11

Ik wijs verder op een zaak waarin zich bij de bewijsmiddelen een proces-verbaal bevond waarin de verbalisant relateerde dat hij inbeslaggenomen XTC-pillen had getest met de “Narcotest 23” en dat daarbij een sterk positieve reactie werd geconstateerd waaruit volgens de verbalisant kon worden afgeleid “dat de onderzochte substantie XTC is, als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I”. Ook deze zaak werd door de Hoge Raad gecasseerd, omdat het oordeel van het hof dat de pillen die de verdachte aanwezig heeft gehad MDMA bevatten niet werd geschaard door enig bewijsmiddel. Hierbij nam de Hoge Raad met betrekking tot de uitslag van de voornoemde narcotest in aanmerking “dat XTC als zodanig niet is vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, terwijl, naar van algemene bekendheid is, de in het spraakgebruik als XTC aangeduide drug haar effect, behalve aan MDMA, ook aan andere op genoemde lijst vermelde stoffen kan ontlenen”.

2.12

Waar leidt het voorgaande nu toe in de onderhavige zaak? De bewezenverklaring is gestoeld op de tot het bewijs gebezigde WhatsAppgesprekken waarin de verdachte meermaals spreekt over onder meer “xtc” en 3-MMC in combinatie met zijn tijdens zijn verhoor door de marechaussee afgelegde verklaring dat hij denkt dat het “XTC” is dat hij (de verdachte) heeft geregeld en zijn op zitting afgelegde verklaring dat hij recreatief drugs heeft gebruikt, namelijk onder meer “XTC” en “Ketamine”. In dit verband merk ik op dat ik uit verdachtes bij de marechaussee afgelegde verklaring, inhoudende dat hij onder een ‘meta’tje’ verstaat een lichtere vorm van ketamine die bestaat uit 3-MMC en ketamine, afleid dat de verdachte kennelijk onder recreatief gebruik van ketamine ook het gebruik van 3-MMC verstaat.

2.13

Langs de lat van de hiervoor genoemde jurisprudentie gelegd, meen ik dat de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde aanwezig hebben van MDMA ontoereikend is gemotiveerd. Anders dan in de zaak van 1 juli 2008, besproken in randnummer 2.9 van deze conclusie, is in de onderhavige zaak niet bij aanhouding of op enig ander moment een substantie bij de verdachte aangetroffen waarvan is vastgesteld dat deze MDMA bevatte. Ook is geen sprake van een geval waarin de verdachte naar eigen zeggen een monster van de pillen heeft laten testen, zoals in het arrest van 5 juni 2007 dat is besproken in randnummer 2.8 van deze conclusie. Bovendien heeft de verdachte het zowel in de tapgesprekken als tijdens zijn verhoor door de marechaussee alsmede ten overstaan van de militaire kamer van het hof steeds over XTC, niet over MDMA, terwijl uit het in randnummer 2.11 van deze conclusie besproken arrest blijkt dat XTC en MDMA niet zonder meer aan elkaar gelijk kunnen worden gesteld. Het eerste middel dat klaagt over de bewezenverklaring van het aanwezig hebben van MDMA is derhalve terecht voorgesteld.

2.14

Voor het derde middel, dat klaagt over het opzettelijk aanwezig hebben van 3-MMC, ligt dit anders. Het gaat weliswaar slechts om één bewezenverklaard moment op een specifieke datum, te weten 26 november 2022, maar over dit moment heeft de verdachte specifiek verklaard dat hij 3-MMC heeft gemengd met ketamine, zodat het hof kon oordelen dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat de verdachte op deze datum 3-MMC aanwezig heeft gehad. Het ontbreken van een indicatieve test doet hier niet aan af.

2.15

Het eerste middel slaagt en het derde middel faalt.

3 Het tweede middel

3.1

Het tweede middel bevat de klacht dat het hof op ontoereikende en onbegrijpelijke gronden dan wel ontoereikend gemotiveerd de onder 1 tenlastegelegde periode heeft bewezenverklaard. Dit middel behoeft gezien het voorgaande geen bespreking, nu de conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

4 Het vierde middel

4.1

Het vierde middel bevat de klacht dat de redelijke inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden. Deze klacht mist feitelijke grondslag en faalt daarmee. Namens de verdachte is niet op 20 oktober 2024 beroep in cassatie ingesteld, zoals de steller van het middel veronderstelt, maar op 10 oktober 2025 (te weten één dag ná het bestreden arrest). De stukken van het geding zijn vervolgens op 12 november 2025, en dus binnen de inzendtermijn van acht maanden, ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Ook voor het overige is de redelijke termijn in cassatie niet overschreden.

5 Slotsom

5.1

Het eerste middel slaagt. Het tweede middel behoeft geen bespreking. Het derde en vierde middel falen. Afdoening van het derde middel met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering ligt niet in de rede, nu in cassatie wordt geklaagd over de bewijsvoering van een feit waarvoor de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken.

5.2

Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

5.3

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar enkel voor wat betreft het onder 1 bewezenverklaarde en de in verband met dat feit opgelegde taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Parketnummer: 21-003024-24. HR 1 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1715. HR 25 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM2764. Vgl. in dit verband ook HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW2467. HR 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5370. HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40, NJ 2023/106 m.nt. N. Keijzer, r.o. 2.5. In de onderhavige zaak heeft het hof art. 62 Sr toegepast en zijn voor de twee tenlastegelegde feiten aparte straffen opgelegd, hetgeen in het licht van de omstandigheid dat beide feiten volgens de bewezenverklaring opzettelijk zijn gepleegd en dus misdrijven zijn (dit blijkt uit art. 2C en 3C in combinatie met art. 10 lid 3 en 11 lid 2 jo. 13 lid 2 Opiumwet) onjuist is. Nu hier verder niet over wordt geklaagd, lijkt het mij in de rede liggen om enkel de opgelegde straf ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde te vernietigen.