Belastingrecht
Invoerrechten en Accijnzen / / 1989 / Curaçao Een schildersezel is een meubelstuk en niet een houten werkbank…
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 9 juni 1989
ECLI:NL:ORBBNAA:1989:BQ8660 · Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) · 9 juni 1989
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-beroep-voor-belastingzaken-nederlandse-antillen-en-aruba/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-orbbnaa-1989-bq8660
Zaakgegevens
Op 9 juni 1989 heeft de Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Datum uitspraak
- 9 juni 1989
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 1989-025 (kenmerk 3/1989)
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:ORBBNAA:1989:BQ8660
Samenvatting
Invoerrechten en Accijnzen / / 1989 / Curaçao
Een schildersezel is een meubelstuk en niet een houten werkbank of werktuig.
Uitspraak
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP
9 juni 1989
1989-025 (kenmerk 3/1989
Procesverloop:
Bij brief van 22 december 1988 is door H bezwaar gemaakt tegen het door de Inspecteur toegepaste tarief invoerrechten op een door haar ingevoerde schildersezel. Bij beschikking van 9 januari 1989 is het bezwaar door de Inspecteur verworpen. Tegen deze beschikking is H bij brief van 10 februari 1989, ingekomen bij de Raad op 14 februari 1989, in beroep gekomen. Op 28 april 1989 is door de Inspecteur een vertoogschrift vergezeld van produkties ingediend.
Een verweerschrift is niet ingekomen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 7 juni 1989 is het woord gevoerd door H en door de Inspecteur. H heeft een pleitnota overgelegd.
Daarop is bepaald dat zo spoedig mogelijk uitspraak zal worden gedaan.
Ontvankelijkheid:
Het beroepschrift is tijdig en op de juiste wijze ingediend, zodat H in haar beroep kan worden ontvangen.
De vaststaande feiten:
Tussen partijen kan van de navolgende vaststaande feiten worden uitgegaan:
- H, kunstschilderes en tekenlerares van beroep, heeft op 15 december 1988 op Curaçao ingevoerd een schildersezel;
- bij de invoer werd over de C.I.F. waarde (ruim f 1.400,-) een invoerrecht geheven van 22 % naar het tarief als aangegeven in hoofdstuk …
Het beroep:
H ken zich niet verenigen met het door de Inspecteur toegepaste tarief. Zij is van mening dat de Inspecteur bedoelde schildersezel ten onrechte onder hoofdstuk 94 (Meubelen e. d.) van het Tarief Invoerrechten heeft gerangschikt. Naar het inzicht van H is een schildersezel - naar gangbaar spraakgebruik - niet op te vatten als een meubelstuk, doch dient - als houten werkbank of werktuig - te worden ondergebracht in en getarifeerd overeenkomstig de restcategorie 44.03 “houtwaren, elders genoemd noch elders onder begrepen”.
Het verweer:
De Inspecteur daarentegen is de opvatting toegedaan dat het tarief op juiste wijze is toegepast.
Volgens de toelichting op hoofdstuk 94 van het Tarief Invoerrechten is het begrip ‘meubelen’ zeer ruim, en worden daaronder begrepen allerlei verplaatsbare voorwerpen (... ) welke zijn gemaakt om op de grond te worden geplaatst en dienen tot meubileren, in hoofdzaak tot utilitaire doeleinden (...)‘. Een schildersezel kan naar zijn aard daaronder zeer wel worden begrepen, en deze is mitsdien correct getarifeerd.
De beoordeling van het geschil:
De Raad deelt de zienswijze van de Inspecteur. Een schildersezel voldoet in alle opzichten aan hetgeen het Tarief Invoerrechten in hoofdstuk 94 blijkens de zojuist aangehaalde toelichting onder de categorale aanduiding ‘meubel’ verstaat.
Het beroep is mitsdien vergeefs voorgedragen.
De beslissing:
DE RAAD, BESLISSENDE:
VERKLAART het beroep ongegrond;
Mrs. W.B. de Jong, T.J.M.Kolfschoten en E.J.Numann