Belastingrecht
Inkomstenbelasting / Artikel 48 LIB / Belastingjaar 1989 Navorderingsaanslag
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 31 januari 1995
ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU4936 · Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) · 31 januari 1995
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-beroep-voor-belastingzaken-nederlandse-antillen-en-aruba/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-orbbnaa-1995-bu4936
Zaakgegevens
Op 31 januari 1995 heeft de Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Datum uitspraak
- 31 januari 1995
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 1994/48
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU4936
Samenvatting
Inkomstenbelasting / Artikel 48 LIB / Belastingjaar 1989
Navorderingsaanslag
Uitspraak
Beschikking van 31 januari 1995, nr. 1994/48
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Loop van het geding.
1.1. Aan X is een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1989 opgelegd, gedagtekend 30 december 1993, berekend naar een zuiver inkomen van f. 15.275,=
1.2. Bij beroepsschrift, bij de Raad ingekomen op 28 februari 1994, mitsdien tijdig, heeft X beroep bij de Raad ingesteld tegen deze navorderingsaanslag.
1.3. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, naar aanleiding waarvan X een verweerschrift heeft ingediend.
1.4. De zaak is behandeld op de zitting van de Raad op 28 september 1994. Daar zijn verschenen de echtgenoot van X met haar gemachtigde, vergezeld van de heer Y, alsmede de Inspecteur vergezeld van Z. Beide partijen hebben gepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnota. Z heeft voorts nog een verklaring afgelegd omtrent de door de Belastingaccountantsdienst met de echtgenoot van X en diens toenmalige adviseur gevoerde gesprekken.
2. Vaststaande feiten.
Met betrekking tot de feiten verwijst de Raad naar zijn beschikking van heden.
3. Geschil.
Het geschil betreft de vraag of de navorderingsaanslag terecht is opgelegd.
4. Overwegingen omtrent het geschil.
Het opleggen van de navorderingsaanslag aan X is een rechtstreeks gevolg van de berekening van de belasting op de voet van art. 21, tweede lid, Landsverordening op de inkomstenbelasting in verband met de aan haar echtgenoot opgelegde navorderingsaanslag. Aangezien de laatstbedoelde na vorderingsaanslag door de Raad bij beschikking van heden, is vernietigd, dient ook de aan X opgelegde navorderingsaanslag te worden vernietigd
5. Beslissing.
De Raad vernietigt de navorderingsaanslag.
mrs. H. Warnink, J.K. Moltmaker en Th. Groeneveld