Belastingrecht

Winstbelasting / Artikel 30 jo 32 jo 36 LWB / Belastingjaar 1994 Stichting kan geen bezwaar maken tegen…

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 5 april 1995

Zaakgegevens

Op 5 april 1995 heeft de Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Datum uitspraak
5 april 1995
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
1994-180
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU5158
E-mail

Samenvatting

Winstbelasting / Artikel 30 jo 32 jo 36 LWB / Belastingjaar 1994

Stichting kan geen bezwaar maken tegen bericht van de inspecteur dat winst behaald met voorgenomen commerciële activiteiten wordt onderworpen aan winstbelasting.

Uitspraak

Beschikking van 5 april 1995, nr. 1994-180

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Bonaire,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Het procesverloop

1.1. Bij brief van 21 juni 1994 heeft de gemachtigde van X aan de Inspecteur verzocht te bevestigen dat de netto-opbrengst uit de voorgenomen activiteiten van X niet zal worden beschouwd als "winst" in de zin van de Landsverordening op de Winstbelasting.

1.2. Bij brief van 22 september 1994 heeft de Inspecteur aan de gemachtigde bericht, dat, indien de stichting met voorgenomen commerciële activiteiten winst behaalt, deze dan zal zijn onderworpen aan winstbelasting.

1.3. Tegen de inhoud van genoemde brief van de Inspecteur heeft de gemachtigde beroep ingesteld; het beroepsschrift is op 20 oktober 1994 bij de Raad ingekomen.

1.4. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en de zaak is behandeld ter zitting van de Raad d.d. 20 februari 1995. Op die zitting hebben de gemachtigde van X en de Inspecteur hun standpunten nader uiteengezet. De pleitnota van de gemachtigde bevindt zich onder de stukken.

2. De ontvankelijkheid van het beroep.

2.1. Blijkens art. 1 lid 2 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken, doet de Raad uitspraak op beroepschriften inzake belastingen, voorzover in de daartoe betrekkelijke algemene verordeningen beroep op de Raad is toegelaten.

2.2. Evenwel is niet in enige "algemene verordening", en met name ook niet in de Landsverordening op de Winstbelasting, een voorschrift aan te wijzen, dat beroep toelaat van hetgeen de Inspecteur in zijn brief van 22 september 1994 tot uitdrukking heeft gebracht. Slechts tegen aanslagen of navorderingsaanslagen is een bezwaar- en beroepsprocedure opengesteld. Een aanslag is in deze zaak niet opgelegd.

3. De beslissing.

De Raad verklaart X in haar beroep niet- ontvankelijk.

mrs. Warnink, Moltmaker, Ilsink