Belastingrecht
Belasting / Artikel 43 en 47 LIB jo 5 lid 4 / Belastingjaar 1986 Een beroepschrift ingediend na verstrijking…
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 31 januari 1995
ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU5470 · Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) · 31 januari 1995
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-beroep-voor-belastingzaken-nederlandse-antillen-en-aruba/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-orbbnaa-1995-bu5470
Zaakgegevens
Op 31 januari 1995 heeft de Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Datum uitspraak
- 31 januari 1995
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 1995-029
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU5470
Samenvatting
Belasting / Artikel 43 en 47 LIB jo 5 lid 4 / Belastingjaar 1986
Een beroepschrift ingediend na verstrijking van de beroepstermijn is niet ontvankelijk tenzij deze aan belastingplichtige redelijkerwijze niet valt toe te rekenen
Uitspraak
Beschikking van 31 januari 1995, nr. 1995-029
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curacao,
inzake:
belanghebbende
tegen
de Inspecteur der Belastingen
1. Het procesverloop:
1.1. Aan X is voor het jaar 1986 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een zuiver inkomen van f. 25.964,.
1.2. X heeft tegen deze aanslag een bezwaarschrift ingediend. Dat bezwaarschrift is op 9 maart 1989 ter Inspectie ontvangen.
1.3. Bij beschikking d.d. 19 november 1993 heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd.
1.4. Bij op 11 februari 1994 bij de Raad ingekomen beroepsschrift is X van deze beschikking in beroep gekomen.
1.5. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en X een verweerschrift; daarna is de zaak behandeld ter zitting van de Raad d.d. 27 september 1994, alwaar de gemachtigde van X en de Inspecteur zijn verschenen en hun standpunten uiteen hebben gezet. De gemachtigde heeft een pleitnota over gelegd.
2. De ontvankelijkheid van het beroep:
X kan in haar beroep worden ontvangen. Weliswaar is het beroepsschrift niet binnen een termijn van twee maanden na dagtekening van de beschikking op het bezwaarschrift ingediend, maar de Raad is van oordeel dat de tamelijk geringe termijnoverschrijding, waarvan hier sprake is, X redelijkerwijze niet valt toe te rekenen. De Raad neemt hierbij in aanmerking, dat de beschikking op het bezwaarschrift niet met redenen is omkleed en dat het X, die - naar zij onweersproken heeft aangevoerd - de Nederlandse taal niet meester is, enige tijd heeft gekost om de strekking en achtergrond van die beschikking te begrijpen. De Raad oordeelt dat zij het beroepsschrift heeft ingediend binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop zij redelijkerwijze wèl tot zodanig begrijpen van de beschikking in staat kon worden geacht.
3. De verdere beoordeling van het geschil:
3.1. De termijn, waarbinnen X haar bezwaarschrift bij de Inspectie moest indienen, heeft zij ruimschoots, namelijk met bijna 7 maanden, overschreden. De Raad heeft ambtshalve op deze termijnoverschrijding acht te slaan. De termijn is immers van openbare orde. Anders dan met betrekking tot het instellen van het beroep het geval is, heeft X niet aangevoerd dat zij redelijkerwijze niet in staat was de wettelijke termijn van twee maanden na de dagtekening van de aanslag, in acht te nemen. De Raad acht de overschrijding dan ook ontoelaatbaar.
3.2. X heeft nog aangevoerd, dat bij haar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt, dat zij wèl ontvankelijk is in haar bezwaar, omdat de Inspecteur (inhoudelijk) op haar bezwaar heeft beschikt. De Inspecteur had inderdaad X in haar bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren; door dat na te laten kan bij X evenwel niet het gerechtvaardigd vertrouwen zijn gewekt dat ook de Raad op bedoelde termijnoverschrijding geen acht zou slaan.
3.3. De Raad zal dus doen wat de Inspecteur had moeten doen en met vernietiging van diens beslissing X alsnog in haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaren.
4. De beslissing:
De Raad vernietigt de beschikking waarvan beroep en verklaart X alsnog in haar bezwaar tegen genoemde aanslag niet ontvankelijk.
mrs. H. Warnink, J.K. Moltmaker en Th. Groeneveld