Belastingrecht

Inkomstenbelasting / Belastingjaar 1995 Het overlijden in een later belastingjaar heeft geen invloed op de…

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 4 november 2003

Zaakgegevens

Op 4 november 2003 heeft de Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Datum uitspraak
4 november 2003
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
2002/046
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:ORBBNAA:2003:BT8998
E-mail

Samenvatting

Inkomstenbelasting / Belastingjaar 1995

Het overlijden in een later belastingjaar heeft geen invloed op de belastingschuld.

Uitspraak

Beschikking van 4 november 2003, nr. 2002/046.

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curaçao,

1. Het procesverloop.

1.1. Aan de belastingplichtige is voor het jaar 1995 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd met dagtekening 3 oktober 1997.

1.2. Tegen de aanslag is bezwaar gemaakt; het bezwaarschrift kwam 7 juni 2000, derhalve niet tijdig, bij de Inspecteur binnen. Tegen de uitspraak op het bezwaar is tijdig beroep ingesteld bij de Raad. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.3 Op 4 november 2002 heeft ter zitting van de Raad in Willemstad de mondelinge behandeling plaatsgevonden van deze zaak. De Inspecteur is verschenen ter zitting; appellant is niet verschenen met bericht van verhindering.

2. Geschil

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de Inspecteur de aanslag behoort te vernietigen nu de belastingplichtige op 24 juli 1998 is overleden.

3. Beoordeling van het geschil.

3.1. Appellant heeft niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden na de dagtekening van de aanslag bezwaar gemaakt bij de Inspecteur. De Inspecteur heeft hem derhalve terecht niet in het gemaakte bezwaar ontvangen. Het beroep is ongegrond.

3.2. Ten overvloede overweegt de Raad nog het volgende. [belastingplichtige] heeft in 1994 inkomsten genoten, waarvoor zij in de belastingheffing is betrokken. Dat zij nadien is overleden doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de aan haar opgelegde aanslag, welke deel uitmaakt van haar nalatenschap.

6. Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond

mrs. Van Gijn, Groeneveld en Overgaauw