Belastingrecht
Omkering bewijslast wegens niet doen vereiste aangifte. Belanghebbende niet in bewijslast geslaagd.
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 12 september 2008
ECLI:NL:ORBBNAA:2008:BI3395 · Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) · 12 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-beroep-voor-belastingzaken-nederlandse-antillen-en-aruba/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-orbbnaa-2008-bi3395
Zaakgegevens
Op 12 september 2008 heeft de Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Datum uitspraak
- 12 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 2006/0313, 0314 en 0315
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:ORBBNAA:2008:BI3395
Samenvatting
Omkering bewijslast wegens niet doen vereiste aangifte. Belanghebbende niet in bewijslast geslaagd.
Uitspraak
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP
Vindplaats  2006/0313, 0314 en 0315
Datum  12 september 2008
Rechters  Drop, Van Ballegooijen en Van Muijen
Middel  Inkomstenbelasting, premie AVBZ en premies AOV/AWW
Artikel  30 ALL
Belastingjaar  1998
Plaats  Bonaire
Essentie  Omkering bewijslast wegens niet doen vereiste aangifte. Belanghebbende niet
 in bewijslast geslaagd.
1. Het procesverloop.
1.1. Aan belanghebbende zijn op 31 december 2003 voor het jaar 1998 aanslagen in de Inkomstenbelating en in de premie AVBZ en AOV/AWW opgelegd. Bij uitspraken van 20 juni 2005 heeft de Inspecteur de tegen die aanslagen gemaakte bezwaren, die op 27 februari 2004 zijn ingediend, niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende is daartegen in beroep gekomen. De Inspecteur heeft vertoogschriften ingediend.
1.2. Ter zitting van 19 april 2007 te Kralendijk zijn verschenen namens de Inspecteur, A en B. Belanghebbende is niet verschenen.
2. Beoordeling van het geschil
2.1 Gelet op het onder 1.1 vermelde procesverloop, stelt de Inspecteur zich naar het oordeel van de Raad terecht op het standpunt dat belanghebbende tijdig, binnen twee maanden, in bezwaar is gekomen en dus ontvankelijk had moeten worden verklaard in zijn bezwaren.
2.2 Door de inspecteur is aannemelijk gemaakt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Dit leidt ertoe dat ingevolge het zesde lid van artikel 30 van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen de aanslagen worden gehandhaafd, tenzij belanghebbende heeft doen blijken in hoeverre de aanslagen onjuist zijn. Hier is belanghebbende naar het oordeel van de Raad niet in geslaagd. In zijn beroepschrift betoogt hij weliswaar dat hij gelet op zijn financiële positie niet in staat is om het bedrag van de aanslagen te betalen, maar dit is geen omstandigheid op grond waarvan die moeten worden verlaagd. Nu de Raad ook overigens niet is gebleken dat de aanslagen op een onredelijke schatting berusten, moet worden geoordeeld dat de aanslagen moeten worden gehandhaafd. De Raad zal het beroep ongegrond verklaren.
3. Beslissing
De Raad verklaart het beroep ongegrond.