Bestuursrecht overig
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11…
ECLI:NL:RVS:2019:2676 · Raad van State · 2 augustus 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/ecli-nl-rvs-2019-2676
Zaakgegevens
Op 2 augustus 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 2 augustus 2019
- Datum publicatie
- 2 augustus 2019
- Zaaknummer
- 201809412/2/A1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2019:2676
Samenvatting
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 oktober 2018 in zaak nr. 17/7487.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBZWB:2018:5899Raad van State · 2 augustus 2019deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2019:2676
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
201809412/2/A1.
Datum beslissing: 2 augustus 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 oktober 2018 in zaak nr. 17/7487 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 oktober 2018 in zaak nr. 17/7487.
Het college heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van een gedeelte van het stuk.
Het betreft het stuk ‘Vastgoedstrategie - [locatie]’ van de Stadsontwikkelingsmaatschappij Tilburg B.V. van 28 juli 2010.
Overwegingen
1. Het college heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling kennis zal nemen van de in de inleiding van het stuk vermelde tekst tussen het woord "aangekocht" in de eerste regel en de woorden "Het pand" in de zesde regel (hierna ook: de tekst).
2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3. Het college heeft gevraagd om beperkte kennisneming van de tekst ter bescherming van de privacy en van bedrijfsgeheimen.
4. Het stuk ‘Vastgoedstrategie - [locatie]’ is een stuk van een derde, namelijk de Stadsontwikkelingsmaatschappij Tilburg B.V., die geen partij is in de hoofdzaak. De tekst waarvan het college om beperkte kennisneming heeft verzocht bevat strategische redenen waarom de Stadsontwikkelingsmaatschappij het pand aan de [locatie] indertijd heeft aangekocht. Daarbij is verwezen naar andere derden. De tekst bevat dus strategische bedrijfsgegevens en de namen van andere derden.
Naar het oordeel van de Afdeling weegt de bescherming van de strategische bedrijfsgegevens van de Stadsontwikkelingsmaatschappij Tilburg en van de persoonlijke levenssfeer van de andere derden die in de onder 1 aangeduide tekst zijn vermeld zwaarder dan het belang dat [appellant] heeft om van de tekst kennis te nemen.
5. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe;
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier.
w.g. Oranje w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2019
507.