Bestuursrecht overig
Raad van State · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Raad van State, 12 juni 2002
ECLI:NL:RVS:2002:AE3958 · Raad van State · 12 juni 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rvs-2002-ae3958
Zaakgegevens
Op 12 juni 2002 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juni 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 200101677/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2002:AE3958
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
200101677/1.
Datum uitspraak: 12 juni 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], gevestigd te [plaats]
en
gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerders.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 juli 1999 hebben verweerders aan [lasthebber] een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgelegd.
Bij brief van 26 april 2000 hebben verweerders aan [lasthebber] meegedeeld onder de in de brief opgesomde voorwaarden af te zien van inning van de verbeurde dwangsommen.
Bij besluit van 6 februari 2001, verzonden op 15 februari 2001, hebben verweerders het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 29 maart 2001, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 3 mei 2001. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 2 mei 2001 hebben verweerders een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 maart 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. P.J.G. Poels, advocaat te Nijmegen,
en verweerders, vertegenwoordigd door mr. M.M. de Jonge, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
2.2. De Afdeling overweegt dat de brief van 26 april 2000, gelet op de strekking en de inhoud ervan, geen publiekrechtelijke rechtshandeling behelst als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerders hebben het bezwaar van appellante tegen deze brief dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
2.3. Het beroep is derhalve ongegrond.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.
w.g. Drupsteen w.g. Van der Zijpp
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2002
262-415.