Bestuursrecht overig
Raad van State · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Raad van State, 19 februari 2003
ECLI:NL:RVS:2003:AF4763 · Raad van State · 19 februari 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rvs-2003-af4763
Zaakgegevens
Op 19 februari 2003 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 februari 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 200203265/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2003:AF4763
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
200203265/1.
Datum uitspraak: 19 februari 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], gevestigd te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 17 mei 2002, kenmerk WM 8482, heeft verweerder met toepassing van artikel 8.22, tweede lid, van de Wet milieubeheer de op 19 maart 1997 aan appellante krachtens de Wet milieubeheer verleende revisievergunning voor een groothandel in vogelvoeders op het perceel [locatie] aangevuld met in het besluit nader genoemde voorschriften. Dit besluit is op 17 mei 2002 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 13 juni 2002, bij de Raad van State ingekomen op 17 juni 2002, beroep ingesteld.
Bij brief van 17 oktober 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 januari 2003, waar verweerder, vertegenwoordigd door ing. J.H. Bos, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De Afdeling dient te beoordelen of de bezwaren van appellante aanleiding vormen om het bestreden besluit te vernietigen. Bij uitspraak van 9 augustus 2002, no. 200203265/2 (aangehecht), heeft de Voorzitter van de Afdeling zich een oordeel gevormd over hetgeen appellante heeft aangevoerd.
Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting komt de Afdeling onder verwijzing naar de overwegingen in vorengenoemde uitspraak ten aanzien van de bezwaren van appellante tot het oordeel dat de bezwaren geen doel treffen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat ter zitting namens verweerder onderbouwd is aangegeven dat de aangetroffen motten afkomstig zijn van het meel dat in de inrichting wordt gebruikt als voer voor meelwormen. Verweerder heeft daarbij opgemerkt dat in de omgeving van de onderhavige inrichting geen andere bedrijven zijn gevestigd waar meelwormen worden gekweekt en vanwaar de motten afkomstig zouden kunnen zijn.
2.2. Uit het vorenstaande volgt dat het beroep ongegrond is.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.
w.g. Boll w.g. Melse
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2003
191-335.