Bestuursrecht overig
Raad van State · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Raad van State, 5 maart 2003
ECLI:NL:RVS:2003:AF5133 · Raad van State · 5 maart 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rvs-2003-af5133
Zaakgegevens
Op 5 maart 2003 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 maart 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 200203913/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2003:AF5133
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
200203913/1.
Datum uitspraak: 5 maart 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats]
en
het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 18 juni 2002, kenmerk 0139, hebben verweerders krachtens de Wet milieubeheer aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Accessorry Bending Company B.V." een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een metaalbewerkingsbedrijf op het adres Haestrechtstraat 7b te Kaatsheuvel. Dit besluit is op 27 juni 2002 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 18 juli 2002, bij de Raad van State ingekomen op 19 juli 2002, beroep ingesteld.
Bij brief van 16 augustus 2002 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 februari 2003, waar verweerder, vertegenwoordigd door W.J.G. Merx en J.M. Visser zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Appellant heeft zich in het beroepschrift beperkt tot het verwijzen naar de tegen het ontwerp van het besluit ingebrachte bedenkingen. In de considerans van het bestreden besluit is verweerder ingegaan op deze bedenkingen. Appellant heeft noch in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende bedenkingen in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Ook voor het overige is niet gebleken dat die weerlegging van de bedenkingen onjuist zou zijn. Het beroep is ongegrond.
2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Heijerman, ambtenaar van Staat.
w.g. Beekhuis w.g. Heijerman
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2003
255-361.