Bestuursrecht overig
Bij besluit van 20 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het…
Raad van State, 12 maart 2008
ECLI:NL:RVS:2008:BC6421 · Raad van State · 12 maart 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rvs-2008-bc6421
Zaakgegevens
Op 12 maart 2008 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 maart 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200705475/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2008:BC6421
Samenvatting
Bij besluit van 20 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor hoveniersactiviteiten en de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk aan de [locatie] te Eindhoven. Dit besluit is op 21 juni 2007 ter inzage gelegd.
Uitspraak
200705475/1.
Datum uitspraak: 12 maart 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Eindhoven,
en
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 20 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor hoveniersactiviteiten en de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk aan de [locatie] te Eindhoven. Dit besluit is op 21 juni 2007 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 juli 2007, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 8 februari 2008. Partijen zijn niet verschenen.
2. Overwegingen
2.1. [appellant] stelt dat de inrichting niet voldoet aan het Bouwbesluit 2003. In dit verband voert hij aan dat een nooduitgang van de inrichting uitkomt op grond waarvan hij eigenaar is, terwijl hij geen recht van overpad aan [vergunninghouder] heeft verleend. Om die reden kan van een nooduitgang op die plaats geen sprake zijn, aldus [appellant], zodat in zoverre niet wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2003.
2.2. De vraag of de inrichting wat de betrokken nooduitgang betreft aan het Bouwbesluit 2003 voldoet, kan geen rol spelen in het kader van de besluitvorming over vergunningverlening krachtens de Wet milieubeheer. Hetgeen [appellant] aanvoert, kan om die reden niet afdoen aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De beroepsgrond faalt.
2.3. Het beroep is ongegrond.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.R. Schaafsma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van Staat.
w.g. Schaafsma w.g. Van Grinsven
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2008
462.