Bestuursrecht overig

Bij besluit van 29 juni 2009 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem (hierna: de raad) het…

Raad van State, 24 februari 2010

Zaakgegevens

Op 24 februari 2010 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 februari 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
200906316/1/R3
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2010:BL5345
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 29 juni 2009 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Vissersweg 14 Hoogmade" (hierna: het plan) vastgesteld.

Uitspraak

200906316/1/R3.

Datum uitspraak: 24 februari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Kaag en Braassem,

en

de raad van de gemeente Kaag en Braassem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2009 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Vissersweg 14 Hoogmade" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 18 september 2009.

De raad heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 29 januari 2010.

2. Overwegingen

2.1. Bij brief van 26 januari 2010 heeft de raad het voornemen bekend gemaakt een nieuw plan vast te stellen in verband met het na het nemen van het vaststellingsbesluit gewijzigde inzicht dat voor de beoogde woningbouw een ander bestemmingsplanregime is vereist. Aldus is op voorhand aannemelijk dat het plan niet zal worden uitgevoerd.

Nu de raad zich bij nader inzien op een ander standpunt heeft gesteld dan tijdens de besluitvorming over het plan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen.

2.2. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. De beroepsgronden van [appellant] behoeven geen bespreking meer.

2.3. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Kaag en Braassem van 29 juni 2009;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Kaag en Braassem tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Kaag en Braassem aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Bechinka

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2010

371-635.