Bestuursrecht overig
Bij besluit van 17 december 2002 heeft de minister op grond van de Wet geluidhinder de ten hoogste…
Raad van State, 30 juni 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BM9655 · Raad van State · 30 juni 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rvs-2010-bm9655
Zaakgegevens
Op 30 juni 2010 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 juni 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200904940/1/M2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BM9655
Samenvatting
Bij besluit van 17 december 2002 heeft de minister op grond van de Wet geluidhinder de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai op de rijksweg N18 op de gevel van de woning van [appellant] aan de [locatie] te [plaats] vastgesteld, alsmede maatregelen vastgesteld die strekken tot het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege deze weg op deze woning.
Uitspraak
200904940/1/M2.
Datum uitspraak: 30 juni 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellanten] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te [woonplaats],
en
de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 17 december 2002 heeft de minister op grond van de Wet geluidhinder de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai op de rijksweg N18 op de gevel van de woning van [appellant] aan de [locatie] te [plaats] vastgesteld, alsmede maatregelen vastgesteld die strekken tot het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege deze weg op deze woning.
Bij besluit van 29 mei 2009 heeft de minister het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2009, beroep ingesteld.
Bij besluit van 6 mei 2010 heeft de minister het besluit van 29 mei 2009 ingetrokken en het besluit van 17 december 2002 herroepen.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 mei 2010, waar [appellante], en de minister, vertegenwoordigd door mr. drs. R.G.P. van Slijpe, werkzaam bij het ministerie, en M. Sartorius, zijn verschenen. Voorts is ter zitting het college van burgemeester en wethouders van Berkelland, vertegenwoordigd door J.G. Haas en M. Daalwijk, beiden werkzaam bij de gemeente, als partij gehoord.
2. Overwegingen
Omvang van het geding
2.1. Ingevolge de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht wordt het beroep geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 6 mei 2010.
Het besluit van 29 mei 2009
2.2. Het besluit van 29 mei 2009 is bij het besluit van 6 mei 2010 ingetrokken. Aan het besluit van 29 mei 2009 komt dus geen betekenis meer toe. Niet is gebleken dat [appellant] desalniettemin belang heeft bij het beroep voor zover het betrekking heeft op het besluit van 29 mei 2009. Het beroep is daarom in zoverre niet-ontvankelijk.
Het besluit van 6 mei 2010
2.3. In het besluit van 6 mei 2010 heeft de minister het besluit op bezwaar van 29 mei 2009 ingetrokken, omdat in dit besluit de aanleg van stiller wegdek als bronmaatregel ten onrechte niet is overwogen, en heeft hij het besluit van 17 december 2002 herroepen, omdat een nieuw saneringsprogramma en ten hoogste toelaatbare waarde moet worden vastgesteld. Tegen het besluit van 6 mei 2010 als zodanig heeft [appellant] geen gronden aangevoerd. De bezwaren van [appellant] zien op de omstandigheid dat partijen er in het verleden niet in zijn geslaagd om in samenwerking met de minister van Verkeer en Waterstaat en het college van burgemeester en wethouders van Berkelland tot de door [appellant] gewenste oplossing te komen voor de ondervonden geluidoverlast. Die overlast als zodanig en het uitblijven van overeenstemming over de oplossing daarvan zijn echter geen onderwerp van besluitvorming in het besluit van 6 mei 2010.
Het beroep is in zoverre ongegrond.
Slotoverwegingen
2.4. Het beroep is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep voor zover dat is gericht tegen het besluit van 29 mei 2009 niet-ontvankelijk;
II. verklaart het beroep voor het overige ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Timmerman
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2010
431-584.