Bestuursrecht overig
Bij besluit van 11 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Boterhuispolder" vastgesteld.
Raad van State, 1 juni 2011
ECLI:NL:RVS:2011:BQ6813 · Raad van State · 1 juni 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rvs-2011-bq6813
Zaakgegevens
Op 1 juni 2011 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 juni 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201012591/1/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2011:BQ6813
Samenvatting
Bij besluit van 11 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Boterhuispolder" vastgesteld.
Uitspraak
201012591/1/R1.
Datum uitspraak: 1 juni 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Leiderdorp,
en
de raad van de gemeente Leiderdorp,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 11 oktober 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Boterhuispolder" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2010, beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 mei 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. J.W. Edinga en ing. M.A. Hendriks, beiden werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het beroep richt zich tegen het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" en de aanduidingen "specifieke vorm van bedrijf - handelsbedrijf in bloemen en planten", "sierteelt" en "bouwvlak" voor het perceel [locatie].
[appellant] stelt dat op de verbeelding ten onrechte diverse gebouwen waarvoor een vergunning is verleend niet binnen een bouwvlak zijn gebracht. Voorts stelt [appellant] dat de aanduiding "sierteelt" op de verbeelding onjuist is geplaatst en bieden de bouwvlakken in het plan ten onrechte geen ruimte voor uitbreiding van zijn bedrijf, hetgeen onder het voorheen geldende bestemmingsplan wel mogelijk was.
2.1.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat ten gevolge van een verkeerde interpretatie van de zienswijze van [appellant] de aanduiding "sierteelt" en de aanduidingen "bouwvlak" voor het perceel [locatie] onjuist in het plan zijn opgenomen. De raad heeft in zijn verweerschrift aangegeven deze omissies in een partiële herziening van het plan te zullen repareren. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat hiermee aan de bezwaren van [appellant] tegemoet wordt gekomen.
2.2. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" en de aanduidingen "specifieke vorm van bedrijf - handelsbedrijf in bloemen en planten", "sierteelt" en "bouwvlak" voor het perceel [locatie], is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.
2.3. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Leiderdorp van 11 oktober 2010, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschap" en de aanduidingen "specifieke vorm van bedrijf - handelsbedrijf in bloemen en planten", "sierteelt" en "bouwvlak" voor het perceel [locatie];
III. gelast dat de raad van de gemeente Leiderdorp aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, ambtenaar van staat.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Schaaf
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2011
523.