Bestuursrecht overig
Bij besluit van 5 maart 2019 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om…
Raad van State, 14 juli 2021
ECLI:NL:RVS:2021:1535 · Raad van State · 14 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rvs-2021-1535
Zaakgegevens
Op 14 juli 2021 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 juli 2021
- Datum publicatie
- 14 juli 2021
- Zaaknummer
- 202003228/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2021:1535
Samenvatting
Bij besluit van 5 maart 2019 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen. Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.
Uitspraak
202003228/1/A2.
Datum uitspraak: 14 juli 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Stichting Openbaar Onderwijs Baasis (hierna: Stichting Baasis, gevestigd te Zuidlaren, gemeente Tynaarlo,
appellante,
en
het bestuur van het Participatiefonds (hierna: het Participatiefonds),
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2019 heeft het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen.
Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.
Het Participatiefonds heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft het beroep op een videozitting behandeld op 10 juni 2021, waaraan Stichting Baasis, vertegenwoordigd door [gemachtigde], vergezeld van [directeur] van Stichting Baasis, en [controller] bij Stichting Baasis, en het Participatiefonds, vertegenwoordigd door mr. A.L.P.M. Konings en I. Ismahan el Assati, hebben deelgenomen.
Overwegingen
1. De Afdeling ziet zich gesteld voor de ambtshalve te beoordelen vraag of Stichting Baasis (nog) procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
2. Ter zitting heeft Stichting Baasis (desgevraagd) toegelicht dat het Participatiefonds in deze zaak, ondanks het besluit van 5 maart 2019, (aanvankelijk) aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: de DUO) heeft doorgegeven dat de uitkeringskosten op haar (rijks)bekostiging ingehouden moeten worden. Om die reden heeft zij tegen voornoemd besluit bezwaar gemaakt. Die inhouding is inmiddels echter, zo heeft Stichting Baasis ter zitting erkend, door de DUO, na tussenkomst van het Participatiefonds, gecorrigeerd. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat Stichting Baasis geen (proces)belang meer heeft bij deze procedure.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Het Participatiefonds hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Meyer-de Beer, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2021
854.