Bestuursrecht overig

Bij beslissing van 29 maart 2023 heeft de decaan van het Honours College [appellant] medegedeeld dat hij niet…

Raad van State, 6 december 2023

Zaakgegevens

Op 6 december 2023 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 december 2023
Datum publicatie
6 december 2023
Zaaknummer
202305965/1/A2
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4529
E-mail

Samenvatting

Bij beslissing van 29 maart 2023 heeft de decaan van het Honours College [appellant] medegedeeld dat hij niet is geselecteerd voor het Honours College. [appellant] heeft in zijn beroepschrift toegelicht waarom hij vindt dat het CvB niet juist heeft gehandeld. In het verweerschrift en ter zitting heeft het CvB uiteengezet hoe de procedure met betrekking tot de toelating tot het Honours College verloopt en toegelicht dat deze handelwijze bij de onderhavige selectie is gevolgd. In zijn beroepschrift heeft [appellant] vermeld dat "I have never claimed to be entitled to a place in the Honours Program" en "I would be satisfied just with a symbolic judgment, accompanied by a reassurance that the system would be changed for the better in the coming year".

Uitspraak

202305965/1/A2.

Datum uitspraak: 6 december 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen (hierna: het CvB),

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 29 maart 2023 heeft de decaan van het Honours College [appellant] medegedeeld dat hij niet is geselecteerd voor het Honours College.

Bij beslissing van 2 augustus 2023 heeft het CvB het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het CvB heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 november 2023, waar [appellant] en het CvB, vertegenwoordigd door mr. M.E. Wiltvank en [gemachtigde] zijn verschenen.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       [appellant] heeft in zijn beroepschrift toegelicht waarom hij vindt dat het CvB niet juist heeft gehandeld. In het verweerschrift en ter zitting heeft het CvB uiteengezet hoe de procedure met betrekking tot de toelating tot het Honours College verloopt en toegelicht dat deze handelwijze bij de onderhavige selectie is gevolgd.

2.       In zijn beroepschrift heeft [appellant] vermeld dat "I have never claimed to be entitled to a place in the Honours Program" en "I would be satisfied just with a symbolic judgment, accompanied by a reassurance that the system would be changed for the better in the coming year". Ter zitting heeft [appellant] herhaald dat het doel van zijn procedure niet is om een plaats te verkrijgen in het Honours Program. Een en ander brengt de Afdeling tot de conclusie dat een actueel en reëel belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep ontbreekt. De bestuursrechter is niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend wegens de principiële betekenis die volgens de indiener van het beroep van een uitspraak zou uitgaan.

3.       Vanwege het ontbreken van procesbelang dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4.       Het CvB hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Ouwehand, griffier.

w.g. Borman

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Ouwehand

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 december 2023

752