Bestuursrecht overig

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn van 25 november 2021…

Raad van State, 16 februari 2024

Zaakgegevens

Op 16 februari 2024 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16 februari 2024
Datum publicatie
22 februari 2024
Zaaknummer
202200360/1/R3
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:748
E-mail

Samenvatting

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn van 25 november 2021, waarbij het bestemmingsplan "Inbreidingslocaties Woningbouw Alphen Stad" is vastgesteld.

Uitspraak

202200360/1/R3.

Datum uitspraak: 16 februari 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[appellante], wonend te [woonplaats],

appellante,

en

de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn,

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 16 februari 2024 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. J.H. van Breda, voorzitter

Griffier: mr. S.M.W. van Ewijk

Verschenen:

[appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigden]

De raad, vertegenwoordigd door G. Balki-Eroglo en M.R. Pot.

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn van 25 november 2021, waarbij het bestemmingsplan "Inbreidingslocaties Woningbouw Alphen Stad" is vastgesteld.

De Afdeling verklaart het beroep van [appellante] niet-ontvankelijk.

Ten tijde van het instellen van het beroep woonde [appellante] aan de [locatie A] in Alphen aan den Rijn, tegenover één van de locaties waarop het bestemmingsplan ziet. Op de zitting is echter bevestigd dat [appellante] inmiddels is verhuisd naar [woonplaats]. Door de verhuizing heeft [appellante] geen belang meer bij de uitkomst van de procedure.

Op de zitting heeft [een van de gemachtigden], die woont aan de Klompenmaker en vroeger een buurvrouw van [appellante] was, aangegeven dat zij, maar ook meerdere buren, haar beroep steunen. De Afdeling stelt echter vast dat alleen [appellante] beroep heeft ingesteld, zodat alleen haar procesbelang in geding is.

Het beroep van [appellante] is daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Van Breda

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Ewijk

griffier

867