Bestuursrecht overig

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2558, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16…

Raad van State, 14 januari 2026

Zaakgegevens

Op 14 januari 2026 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14 januari 2026
Datum publicatie
14 januari 2026
Zaaknummer
202304657/5/R2
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:233
E-mail

Samenvatting

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2558, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 11 juli 2023 te herstellen. Bij besluit van 16 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Bakertand" gewijzigd vastgesteld. Naar aanleiding van het beroep van [appellante] heeft de Afdeling in de tussenuitspraak een gebrek in het besluit van 11 juli 2023 geconstateerd. De raad heeft het besluit van 16 september 2025 genomen om dit gebrek te herstellen. Het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 juli 2023 heeft van rechtswege ook betrekking op het besluit van 16 september 2025, tenzij zij daarbij onvoldoende belang heeft. Dat volgt uit in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitspraak

202304657/5/R2.

Datum uitspraak: 14 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd in Goirle,

appellante,

en

de raad van de gemeente Goirle,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2558, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 11 juli 2023 te herstellen.

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Bakertand" gewijzigd vastgesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop de raad het gebrek heeft hersteld.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Beroep van rechtswege?

1.       Naar aanleiding van het beroep van [appellante] heeft de Afdeling in de tussenuitspraak een gebrek in het besluit van 11 juli 2023 geconstateerd. De raad heeft het besluit van 16 september 2025 genomen om dit gebrek te herstellen. Het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 juli 2023 heeft van rechtswege ook betrekking op het besluit van 16 september 2025, tenzij zij daarbij onvoldoende belang heeft. Dat volgt uit in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

2.       [appellante] heeft in haar zienswijze te kennen gegeven dat zij zich met het besluit van 16 september 2025 kan verenigen. Gelet hierop is geen beroep van rechtswege als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb ontstaan waarop nog moet worden beslist.

Conclusie

3.       Gelet op de tussenuitspraak is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 juli 2023 gegrond. Dit besluit moet worden vernietigd.

4.       De raad moet de proceskosten vergoeden. 

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 juli 2023 van de raad van de gemeente Goirle gegrond;

II.       vernietigt het besluit van 11 juli 2023;

III.      veroordeelt de raad van de gemeente Goirle tot vergoeding van de bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.3350,00, geheel toe te rekenen aan een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV.     gelast dat de raad van de gemeente Goirle aan [appellante] het door haar voor de behandeling van haar beroep betaalde griffierecht vergoedt, ten bedrage van € 365,00.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. M.M. Kaajan, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Perlot, griffier.

w.g. Besselink

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Perlot

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026

952