Bestuursrecht overig
Bij besluit van 23 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht (hierna: het…
Raad van State, 12 maart 2008
ECLI:NL:RVS:2008:BC6417 · Raad van State · 12 maart 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rvs-2008-bc6417
Zaakgegevens
Op 12 maart 2008 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 maart 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200702238/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2008:BC6417
Samenvatting
Bij besluit van 23 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Brassto B.V. (hierna: Brassto B.V.) een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een straal- en poedercoatbedrijf op het bedrijventerrein 'Polder het Nieuwland' te Papendrecht. Dit besluit is op 29 maart 2007 ter inzage gelegd.
Uitspraak
200702238/1
Datum uitspraak: 12 maart 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
De Rivierendriesprong Handelsbedrijf B.V., gevestigd te Kerkdriel, gemeente Maasdriel,
appellante,
en
het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Brassto B.V. (hierna: Brassto B.V.) een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een straal- en poedercoatbedrijf op het bedrijventerrein 'Polder het Nieuwland' te Papendrecht. Dit besluit is op 29 maart 2007 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Rivierendriesprong Handelsbedrijf B.V. (hierna: De Rivierendriespong) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 maart 2007, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2008, waar De Rivierendriespong, vertegenwoordigd door mr. drs. J.G.M. van Mierlo, vergezeld door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door drs. S. Hartog-Dahmeijer en drs. E.D. Kamsteeg, ambtenaren in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord Brassto B.V., vertegenwoordigd door mr. E. van der Hoeven.
2. Overwegingen
2.1. Op 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) en de daarmee samenhangende wijziging van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking getreden. Aangezien in verband hiermee voor de bij het bestreden besluit vergunde activiteiten geen vergunning meer is vereist, is de bij dat besluit verleende vergunning vervallen.
Ingevolge artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit worden voorschriften die zijn verbonden aan een vóór 1 januari 2008 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning, die vóór die datum in werking en onherroepelijk was, onder omstandigheden als maatwerkvoorschriften aangemerkt. Omdat de bij het bestreden besluit verleende vergunning vóór 1 januari 2008 niet onherroepelijk was, zijn er geen voorschriften die worden aangemerkt als maatwerkvoorschriften.
Niet is gebleken dat De Rivierendriesprong niettemin belang heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit.
2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, voorzitter, en mr. J.R. Schaafsma en mr. G.N. Roes, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.
w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Melse
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2008
255-489.