Bestuursrecht overig

Bij besluit van 16 april 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan…

Raad van State, 16 april 2008

Zaakgegevens

Op 16 april 2008 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16 april 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
200703364/1
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2008:BC9599
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 16 april 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [belanghebbende] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een inrichting aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 20 april 2007 ter inzage gelegd.

Uitspraak

200703364/1.

Datum uitspraak: 16 april 2008

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellanten sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellanten sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 april 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [belanghebbende] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een inrichting aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 20 april 2007 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben [appellanten sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2007, en [appellanten sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 mei 2007, beroep ingesteld.

[appellanten sub 1] hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 maart 2008, waar [appellanten sub 1], vertegenwoordigd door A.F.C.M. Dekkers, en het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, vertegenwoordigd door mr. H.J. van der Donk en H.S.J. van Son, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Verder is daar [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. R.J.H. Minkhorst, advocaat te Nijmegen, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 31 januari 2008 is de bij het bestreden besluit verleende vergunning ingetrokken. Het intrekkingbesluit is onherroepelijk. Niet is gebleken dat appellanten niettemin nog belang hebben bij de beoordeling van het bestreden besluit. De beroepen moeten om deze reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. G.N. Roes, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Van der Zijpp

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2008

262-431.