Bestuursrecht overig
Bij besluit van 20 juni 2006 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie (hierna: het dagelijks…
Raad van State, 6 augustus 2008
ECLI:NL:RVS:2008:BD9398 · Raad van State · 6 augustus 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rvs-2008-bd9398
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2008 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200706708/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2008:BD9398
Samenvatting
Bij besluit van 20 juni 2006 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie (hierna: het dagelijks bestuur) krachtens het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer nadere eisen gesteld met betrekking tot de inrichting aan de Overschiese Kleiweg 593 te Rotterdam.
Uitspraak
200706708/1.
Datum uitspraak: 6 augustus 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant A], wonend te [woonplaats], en [appellant B],
wonend te [woonplaats],
appellanten,
en
het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 20 juni 2006 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie (hierna: het dagelijks bestuur) krachtens het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer nadere eisen gesteld met betrekking tot de inrichting aan de Overschiese Kleiweg 593 te Rotterdam.
Bij besluit van 7 augustus 2007 heeft het dagelijks bestuur het hiertegen door [appellant A] en [appellant B] (hierna: [appellanten]) gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 september 2007, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 oktober 2007.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 juli 2008, waar [appellant A], in persoon en bijgestaan door mr. A. van Diermen, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. K.I. Siem, werkzaam bij de gemeente Rotterdam, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Op 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) in werking getreden en is het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer ingetrokken.
Ingevolge artikel 6.1, tweede lid, van het Activiteitenbesluit kunnen nadere eisen die op grond van onder meer het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer vóór 1 januari 2008 in werking en onherroepelijk waren, onder omstandigheden als maatwerkvoorschriften worden aangemerkt. Omdat de bij het besluit van 20 juni 2006 gestelde nadere eisen niet vóór 1 januari 2008 onherroepelijk waren, kunnen deze niet op grond van artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit als maatwerkvoorschriften worden aangemerkt. De nadere eisen zijn van rechtswege vervallen. Niet is gebleken dat [appellanten] niettemin belang hebben bij de beoordeling van het bestreden besluit.
2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, voorzitter, en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van Staat.
w.g. Oosting w.g. Timmerman
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2008
431.