Bestuursrecht overig
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 juni 2009, heeft [appellante] beroep ingesteld tegen, naar…
Raad van State, 12 augustus 2009
ECLI:NL:RVS:2009:BJ5103 · Raad van State · 12 augustus 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rvs-2009-bj5103
Zaakgegevens
Op 12 augustus 2009 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200904393/1/H2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2009:BJ5103
Samenvatting
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 juni 2009, heeft [appellante] beroep ingesteld tegen, naar zij stelt, twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (hierna: het college) waarbij zij als kiesgerechtigde voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement is geregistreerd in Nederland en waarvan mededeling is gedaan aan de desbetreffende Italiaanse autoriteiten.
Uitspraak
200904393/1/H2.
Datum uitspraak: 12 augustus 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Hilversum,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 juni 2009, heeft [appellante] beroep ingesteld tegen, naar zij stelt, twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (hierna: het college) waarbij zij als kiesgerechtigde voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement is geregistreerd in Nederland en waarvan mededeling is gedaan aan de desbetreffende Italiaanse autoriteiten.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 7 augustus 2009.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wijst de griffier de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Ingevolge artikel D 9, derde lid, van de Kieswet bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, in afwijking van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, twee weken. De voorzitter van de Afdeling kan een kortere termijn stellen.
2.2. [appellante] is voor het door haar ingestelde beroep € 150,00 aan griffierecht verschuldigd. In de aan [appellante] aangetekend verzonden brief van 22 juni 2009 van de Secretaris van de Raad van State staat vermeld dat het griffierecht uiterlijk 6 juli 2009 dient te zijn bijgeschreven op rekening van de Raad van State, dan wel dient te zijn betaald op het adres van de raad van State met de mededeling dat - indien het verschuldigde bedrag niet op de vermelde datum is ontvangen - zij er rekening mee dient te houden niet-ontvankelijk te worden verklaard in beroep. Het door [appellante] verschuldigde griffierecht is door de Raad van State niet ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellante] in verzuim is geweest.
2.3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Bindels
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2009
85-502.