Bestuursrecht overig

Bij besluit van 15 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Valburg - 11 (Afslag 38…

Raad van State, 1 februari 2012

Zaakgegevens

Op 1 februari 2012 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
1 februari 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
201011396/1/R2
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2012:BV2426
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 15 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Valburg - 11 (Afslag 38, zuidelijke tak)" vastgesteld.

Uitspraak

201011396/1/R2.

Datum uitspraak: 1 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], gevestigd te Ede, en anderen,

en

de raad van de gemeente Nijmegen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 september 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Valburg - 11 (Afslag 38, zuidelijke tak)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 november 2010, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 21 december 2010.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 december 2011, waar de raad, vertegenwoordigd door drs. M.J. Doove en drs. E.J.M.W. Waterval, beiden werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. M.R.J. Baneke, advocaat te Nijmegen, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan een belanghebbende bij de Afdeling beroep instellen tegen een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan.

2.2. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.3. Het beroep is ingediend door [appellant], [belanghebbende] en [algemeen directeur] van [appellant].

Bij brief van 7 november 2011 heeft [appellant] desgevraagd gesteld dat [bedrijf], voorheen genaamd New World Investment Company B.V., eigenaar van de betrokken gronden is.

[bedrijf] heeft geen beroep ingesteld en niet gebleken is dat [appellant], [belanghebbende] en [algemeen directeur] van [appellant], een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang hebben.

De conclusie is dat [appellant], [belanghebbende] en [algemeen directeur] van [appellant], geen belanghebbende zijn bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en dat zij daartegen ingevolge artikel 8.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, geen beroep kunnen instellen.

Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.G.C. Wiebenga, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld-Mak, ambtenaar van staat.

w.g. Wiebenga w.g. Langeveld-Mak

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2012

317.