Bestuursrecht overig

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 3 februari 2017, waarbij is beslist…

Raad van State, 10 februari 2017

Zaakgegevens

Op 10 februari 2017 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
10 februari 2017
Datum publicatie
13 februari 2017
Zaaknummer
201701237/1/A2
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2017:367
E-mail

Samenvatting

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 3 februari 2017, waarbij is beslist over de geldigheid van de ingediende kandidatenlijsten, de handhaving van de daarop voorkomende kandidaten en de lijstnummering voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 15 maart 2017.

Uitspraak

201701237/1/A2.

Datum uitspraak: 10 februari 2017 AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: Democratisch Aktie Centrum (hierna: DAC), gevestigd te ‘s-Gravenhage,

appellant, en de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

verweerder. Openbare zitting gehouden op 10 februari 2017 om 14.30 uur. Tegenwoordig:

Staatsraad mr. D.A.C. Slump voorzitter

Staatsraad mr. A.W.M. Bijloos lid

Staatsraad mr. C.J. Borman lid griffier: mr. R.H.L. Dallinga Verschenen:

Het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. W.A.E. Brüheim. Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 3 februari 2017, waarbij is beslist over de geldigheid van de ingediende kandidatenlijsten, de handhaving van de daarop voorkomende kandidaten en de lijstnummering voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 15 maart 2017. De Afdeling

verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Gronden: De Afdeling constateert dat DAC - zoals hij al had aangekondigd - niet ter zitting is verschenen en evenmin voor de zitting het verschuldigde griffierecht heeft betaald. Dat DAC in deze procedure tegen het besluit van het centraal stembureau van 3 februari 2017 principiële bezwaren tegen onder meer het moeten voldoen van een waarborgsom aan de orde wil stellen en dat in zijn visie het moeten voldoen van griffierecht in het verlengde van die bezwaren ligt, laat onverlet dat eerst griffierecht moet worden betaald om toegang tot de rechter te krijgen.

Voor zover DAC heeft gesteld dat hij geen vermogen heeft om griffierecht te voldoen, is deze stelling niet onderbouwd. Reeds daarom is daarin geen reden gelegen om heffing van griffierecht achterwege te laten. Nu geen griffierecht is betaald is het beroep niet-ontvankelijk en kan de Afdeling niet toekomen aan hetgeen overigens is aangevoerd. Voor zover DAC zich in zijn brief van 9 februari 2017 beklaagt over knelpunten in de Kieswet en verzoekt om daarover een dialoog aan te gaan, merkt de Afdeling op dat dit het kader van deze procedure te buiten gaat en dat DAC zich daarvoor zelf tot de Kiesraad en de wetgever kan wenden. w.g. Slump w.g. Dallinga

voorzitter griffier 18.