Bestuursrecht overig

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 18 januari 2018, waarbij op verzoek…

Raad van State, 1 februari 2018

Zaakgegevens

Op 1 februari 2018 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
1 februari 2018
Datum publicatie
2 februari 2018
Zaaknummer
201800849/1/A2
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2018:362
E-mail

Samenvatting

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 18 januari 2018, waarbij op verzoek van de politieke groepering Voor Enkhuizen de aanduiding ‘Voor Enkhuizen’ is ingeschreven in het register ten behoeve van de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Enkhuizen.

Uitspraak

201800849/1/A2.

Datum uitspraak: 1 februari 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging Nieuw Enkhuizen, gevestigd te Enkhuizen,

appellante,

en

het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeente Enkhuizen,

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 1 februari 2018 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. J.A. Hagen, voorzitter

Staatsraad mr. A.W.M. Bijloos, lid

Staatsraad mr. A.B.M. Hent, lid

griffier: mr. M. Rijsdijk

Verschenen:

Nieuw Enkhuizen, vertegenwoordigd door haar [voorzitter];

De Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. R.N.A. Al.

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 18 januari 2018, waarbij op verzoek van de politieke groepering Voor Enkhuizen de aanduiding ‘Voor Enkhuizen’ is ingeschreven in het register ten behoeve van de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Enkhuizen.

De Afdeling constateert dat het beroepschrift tijdig is ingediend.

De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.

Gronden:

-    De aanduiding ‘Voor Enkhuizen’ stemt niet in hoofdzaak overeen met de aanduiding ‘Nieuw Enkhuizen’ (artikel G 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Kieswet).

Het overeenstemmende woord in beide aanduidingen is de gemeentenaam Enkhuizen. De vermelding van de gemeentenaam in de aanduiding van een politieke groepering bij verkiezingen voor de gemeenteraad heeft geen exclusief karakter. Ook het door de samenstellende delen gevormde woordbeeld ‘Voor Enkhuizen’ verschilt zodanig van de reeds geregistreerde aanduiding ‘Nieuw Enkhuizen’, dat niet kan worden gesproken van een te duchten verwarring bij de kiezer.

-    De aanduiding ‘Voor Enkhuizen’ is ook niet anderszins misleidend (artikel G 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Kieswet).

Het gebruik van het woord ‘Enkhuizen’ in de geregistreerde aanduiding is onvoldoende om te veronderstellen dat bij de kiezer de indruk zou kunnen ontstaan dat de politieke groepering Voor Enkhuizen deel uitmaakt van of gelieerd is aan Nieuw Enkhuizen. Dat voormalige leden van de vereniging Nieuw Enkhuizen zijn overgestapt naar Voor Enkhuizen maakt de aanduiding als zodanig niet misleidend.

-    Dat Nieuw Enkhuizen de slogan ‘Nieuw Enkhuizen staat voor Enkhuizen’ tijdens de verkiezingen hanteert en om die reden verwarring bij de kiezer zou kunnen ontstaan, is niet van belang. Deze slogan maakt geen onderdeel uit van de aanduidingen waarmee Voor Enkhuizen en Nieuw Enkhuizen zijn ingeschreven in het daarvoor bestemde register.

-    Het voorgaande betekent dat het centraal stembureau de toepasselijke wettelijke criteria juist heeft toegepast.

w.g. Hagen    w.g. Rijsdijk

voorzitter    griffier    

705.