Bestuursrecht overig

Bij tussenuitspraak van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1347 heeft de Afdeling de raad opgedragen binnen 12…

Raad van State, 30 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 30 augustus 2023 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30 augustus 2023
Datum publicatie
30 augustus 2023
Zaaknummer
202104335/2/R3
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3325
E-mail

Samenvatting

Bij tussenuitspraak van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1347 heeft de Afdeling de raad opgedragen binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 25 mei 2021, waarbij het bestemmingsplan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 5 april 2023 onder 6.1 overwogen dat de raad op zitting heeft toegelicht dat hij de planregels zo wil aanpassen dat bedrijven in categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten niet zijn toegestaan op de gronden met de bestemming "Centrum". Daarnaast heeft de Afdeling in de tussenuitspraak onder 7.4, 7.5 en 7.6 overwogen dat de planregels ten onrechte geen beperkingen bevatten met betrekking tot het maximum aantal bezoekers voor sterk geluiddragende evenementen. Ook heeft de raad ten onrechte niet toegelicht waarom er is gekozen voor maximaal zes reguliere evenementen en maximaal vier sterk geluiddragende evenementen op de twee evenementenlocaties binnen het plangebied.

Uitspraak

202104335/2/R3.

Datum uitspraak: 30 augustus 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te Heerjansdam, gemeente Zwijndrecht,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Zwijndrecht,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1347 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 25 mei 2021, waarbij het bestemmingsplan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors" is vastgesteld, te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 20 juni 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors" opnieuw en gewijzigd vastgesteld.

[appellanten] hebben geen zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Tussenuitspraak

1.       De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 5 april 2023 onder 6.1 overwogen dat de raad op zitting heeft toegelicht dat hij de planregels zo wil aanpassen dat bedrijven in categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten niet zijn toegestaan op de gronden met de bestemming "Centrum". Daarnaast heeft de Afdeling in de tussenuitspraak onder 7.4, 7.5 en 7.6 overwogen dat de planregels ten onrechte geen beperkingen bevatten met betrekking tot het maximum aantal bezoekers voor sterk geluiddragende evenementen. Ook heeft de raad ten onrechte niet toegelicht waarom er is gekozen voor maximaal zes reguliere evenementen en maximaal vier sterk geluiddragende evenementen op de twee evenementenlocaties binnen het plangebied. Verder heeft de Afdeling in de tussenuitspraak onder 8.3 overwogen dat de raad ten onrechte niet in artikel 24.4.2, aanhef en onder c, van de planregels heeft opgenomen dat het moet gaan om legale werken of werkzaamheden.

2.       Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, is het plan vastgesteld in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Het beroep van [appellanten] tegen het besluit van 25 mei 2021 is gegrond, zodat dit besluit dient te worden vernietigd, voor zover het betreft artikel 6.1, aanhef en lid e, van de planregels, artikel 24.4.2, aanhef en lid c, van de planregels en de functieaanduidingen "specifieke vorm van verkeer - evenemententerrein - 1" en "specifieke vorm van verkeer - evenemententerrein - 2" die rusten op de gronden zoals nader weergegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart.

Opdracht in de tussenuitspraak

3.       Met inachtneming van wat is overwogen onder 6.1 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om uit de planregels, die van toepassing zijn op de gronden waaraan de bestemming "Centrum" is toegekend, te schrappen dat bedrijven in categorie 2 van de bij de planregels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten mogelijk worden gemaakt. Ook heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 7.4, 7.5 en 7.6 alsnog in de planregels een maximum te stellen aan het aantal bezoekers voor een sterk geluiddragend evenement voor allebei de evenementenlocaties en alsnog te motiveren waarom er maximaal 10 evenementen per locatie mogen worden georganiseerd. Verder heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 8.3 alsnog in artikel 24.4.2 van de planregels te waarborgen dat deze planregeling ziet op legale werken en werkzaamheden.

Herstelbesluit

4.       Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 20 juni 2023 het bestemmingsplan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. Dit besluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb ook onderwerp van het geding. Het beroep van [appellanten] is van rechtswege gericht tegen dit besluit.

5.       Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

6.       In het gewijzigde vastgestelde bestemmingsplan is in artikel 6.1, aanhef en lid e, van de planregels geschrapt dat bedrijven in categorie 2 van de bij de planregels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten mogelijk worden gemaakt op de gronden waaraan de bestemming "Centrum" is toegekend. In plaats daarvan is toegevoegd dat het moet gaan om bedrijven in categorie 1 van de bij de planregels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. Daarnaast is in de planregels een maximum gesteld aan het aantal bezoekers voor een sterk geluiddragend evenement voor allebei de evenementenlocaties binnen het plangebied. Zo is in artikel 7.3.1, lid a, van de planregels en in artikel 12.4.2, lid a, van de planregels toegevoegd dat voor het evenemententerrein in het noordelijke deel van de Groene Zoom het maximum aantal bezoeker voor een sterk geluiddragend evenement 3.000 is. Op grond van artikel 12.4.2, lid b, van de planregels is het maximum aantal bezoekers voor een sterk geluiddragend evenement op het evenemententerrein aan het Dorpsplein 1.720. Ook is in paragraaf 2.4.4 van de plantoelichting gemotiveerd waarom er maximaal 10 evenementen per evenementenlocatie mogen worden georganiseerd. Verder is in artikel 24.4.2, aanhef en lid c, van de planregels het woord "legaal" toegevoegd, zodat deze planregeling ziet op legale werken en werkzaamheden.

7.       [appellanten] hebben naar aanleiding van het besluit van 20 juni 2023 geen zienswijze ingediend en dus niet te kennen gegeven dat zijn zich niet met het besluit van datum 20 juni 2023 kunnen verenigen. Dit betekent dat zij geen beroepsgronden tegen dit besluit hebben aangevoerd. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond. Dit betekent dat het plan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors" van de gemeente Zwijndrecht zoals de raad dat bij besluit van 20 juni 2023 heeft vastgesteld, in stand blijft en dat plan met deze uitspraak onherroepelijk wordt.

Proceskosten

8.       De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. [appellanten] hebben twee keer om vergoeding van de door hen gemaakte proceskosten - in dit geval reiskosten - verzocht. De Afdeling wijst erop dat zij samen een beroepschrift hebben ingediend en dus worden aangemerkt als één partij. De Afdeling zal de raad daarom veroordelen tot één keer de vergoeding van de gemaakte proceskosten.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep van [appellanten] tegen het besluit van de raad van de gemeente Zwijndrecht van 25 mei 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors" gegrond;

II.       vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zwijndrecht van 25 mei 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors", voor zover het betreft artikel 6.1, aanhef en lid e, van de planregels, artikel 24.4.2, aanhef en lid c, van de planregels en de functieaanduidingen "specifieke vorm van verkeer - evenemententerrein - 1" en "specifieke vorm van verkeer - evenemententerrein - 2" die rusten op de gronden zoals nader weergegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

III.      verklaart het beroep van [appellanten] tegen het besluit van de raad van de gemeente Zwijndrecht van 20 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Heerjansdam bedrijventerrein Gors" ongegrond;

IV.      veroordeelt de raad van de gemeente Zwijndrecht tot vergoeding van bij [appellanten] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 21,99, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

V.       gelast dat de raad van de gemeente Zwijndrecht aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 181,00 vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, voorzitter, en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt en mr. M. Soffers, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier.

w.g. Wortmann

voorzitter

w.g. Van Ewijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2023

867

 

BIJLAGE

 

[afbeelding niet beschikbaar]