Bestuursrecht overig
Bij beslissing van 9 februari 2024 is aan [appellant] medegedeeld dat hij voor de onderwijseenheid Schrijven…
Raad van State, 28 augustus 2024
ECLI:NL:RVS:2024:3487 · Raad van State · 28 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rvs-2024-3487
Zaakgegevens
Op 28 augustus 2024 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2024
- Datum publicatie
- 28 augustus 2024
- Zaaknummer
- 202401312/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:3487
Samenvatting
Bij beslissing van 9 februari 2024 is aan [appellant] medegedeeld dat hij voor de onderwijseenheid Schrijven over grondrechten (RB1702) het instellingscollegegeld OU is verschuldigd. Bij beslissing van 27 februari 2024 is het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen deze beslissing door het college ongegrond verklaard. Bij beslissing van 27 februari 2024 is het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen deze beslissing door het college ongegrond verklaard.
Uitspraak
202401312/1/A2.
Datum uitspraak: 28 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
en
het college van bestuur van de Open Universiteit (hierna: het college),
verweerder.
Procesverloop
Bij beslissing van 9 februari 2024 is aan [appellant] medegedeeld dat hij voor de onderwijseenheid Schrijven over grondrechten (RB1702) het instellingscollegegeld OU is verschuldigd.
Bij beslissing van 27 februari 2024 is het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen deze beslissing door het college ongegrond verklaard.
Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 april 2024, waar [appellant] is verschenen. Het college, vertegenwoordigd door mr. J.E.J. Niesters en mr. M.F.R.H. Ruijschop, heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2024:3366, heeft de Afdeling geoordeeld dat een student aan de Open Universiteit niet onder de regeling van artikel 2.3a van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 valt. Studenten schrijven zich bij de Open Universiteit per onderwijseenheid in en dus moet voor een student bij iedere inschrijving de hoogte van het verschuldigde collegegeld opnieuw worden vastgesteld. Zoals in de uitspraak van vandaag is overwogen, had het college aan [appellant], vanaf het moment dat de bachelorsgraad op 15 april 2022 was geregistreerd bij DUO, bij de eerstvolgende inschrijving voor een onderwijseenheid het instellingstarief collegegeld OU in rekening moeten brengen.
2. Het beroep is ongegrond.
3. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. H. Benek, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.
w.g. Daalder
voorzitter
w.g. Rijsdijk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2024
705-1043