Bestuursrecht overig
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de…
Raad van State, 13 februari 2026
ECLI:NL:RVS:2026:836 · Raad van State · 13 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rvs-2026-836
Zaakgegevens
Op 13 februari 2026 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Datum publicatie
- 13 februari 2026
- Zaaknummer
- 202600482/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:836
Samenvatting
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Achtkarspelen van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. [appellant] en anderen stellen zich op het standpunt dat het hen onmogelijk is gemaakt om op de dag van de Kandidaatstelling een blanco kandidatenlijst in te leveren.
Uitspraak
202600482/1/A2.
Datum uitspraak: 13 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats], en anderen,
appellanten,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Achtkarspelen,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 13 februari 2026 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
Staatsraad mr. C.C.W. Lange, lid
Staatsraad mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid
griffier: mr. A.S. Rietveld
Verschenen:
de kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding.
De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden
[appellant] en anderen stellen zich op het standpunt dat het hen onmogelijk is gemaakt om op de dag van de Kandidaatstelling een blanco kandidatenlijst in te leveren.
De Afdeling stelt vast dat [appellant] en anderen niet op de voorgeschreven wijze een kandidatenlijst hebben ingeleverd bij het centraal stembureau op de dag van de kandidaatstelling. Van belemmeringen om de kandidatenlijst in te leveren is niet gebleken.
De Afdeling overweegt dat de Kieswet dwingend voorschrijft dat een kandidatenlijst in persoon moet worden ingeleverd. Het centraal stembureau heeft [appellant] hierop gewezen voorafgaand aan de dag van de kandidaatstelling.
Omdat de kandidatenlijst niet is ingeleverd, heeft het centraal stembureau hierop ook geen beslissing kunnen nemen. Daarom is er geen besluit waartegen [appellant] en anderen op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht beroep kunnen instellen.
Het centraal stembureau hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Rietveld
griffier
1064