Bestuursrecht overig
Raad van State · Hoger beroep · Bestuursrecht overig
ECLI:NL:RVS:2002:AE7446 · Raad van State · 11 september 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2002-ae7446
Zaakgegevens
Op 11 september 2002 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 september 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 200200268/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2002:AE7446
Uitspraak
200200268/1.
Datum uitspraak: 11 september 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats]
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Arnhem van 5 december 2001 in het geding tussen:
appellante
en
de raad voor rechtsbijstand te Arnhem.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 september 1999 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te Arnhem (hierna: het bureau) de toevoeging, als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, op verzoek van de toentertijd aan appellante toegevoegde advocaat ingetrokken.
Bij besluit van 29 september 1999 heeft het bureau het verzoek van appellante om een toevoeging afgewezen.
Bij besluit van 18 februari 2000 heeft de raad voor rechtsbijstand te Arnhem (hierna: de raad) de tegen deze besluiten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie van beroep, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 5 december 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 10 januari 2002, bij de Raad van State ingekomen op 11 januari 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Bij brief van 26 april 2002 heeft de raad van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 augustus 2002, waar appellante in persoon en bijgestaan door haar echtgenoot, en de raad, vertegenwoordigd door mr. P.A.W. Slaats, werkzaam bij de raad, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Op de in de aangevallen uitspraak weergegeven gronden is de rechtbank tot het juiste oordeel gekomen dat het beroep van appellante tegen de in administratief beroep gehandhaafde besluiten tot intrekking van de haar op 21 april 1999 verleende toevoeging respectievelijk tot afwijzing van het verzoek haar opnieuw een toevoeging te verlenen, ongegrond is.
Het in hoger beroep aangevoerde vormt een herhaling van hetgeen appellante bij de rechtbank naar voren heeft gebracht en leidt niet tot een ander oordeel dan dat waartoe de rechtbank is gekomen.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C. de Gooijer, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.E.E. Wolff, ambtenaar van Staat.
w.g. De Gooijer w.g. Wolff
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2002
238.