Bestuursrecht overig
Raad van State · Hoger beroep · Bestuursrecht overig
Raad van State, 13 november 2002
ECLI:NL:RVS:2002:AF0289 · Raad van State · 13 november 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2002-af0289
Zaakgegevens
Op 13 november 2002 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 200202207/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2002:AF0289
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
200202207/1.
Datum uitspraak: 13 november 2002.
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 6 maart 2002 in het geding tussen:
appellant
en
de raad van Tynaarlo.
1. Procesverloop
Bij besluit van 21 november 2000 heeft de raad van Tynaarlo (hierna: de raad) geweigerd een voorbereidingsbesluit te nemen ten behoeve van de vestiging van een geitenmelkerij op het perceel [locatie].
Bij besluit van 24 april 2001 heeft de raad het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de Commissie voor bezwaar- en beroepschriften van 14 maart 2001, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 6 maart 2002, verzonden op die dag, heeft de rechtbank Assen (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 16 april 2002, bij de Raad van State ingekomen op 22 april 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 mei 2002. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 3 juli 2002 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 oktober 2002, waar appellant in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door E.G. Zijlstra, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank tot de slotsom gekomen dat de raad bij de bestreden beslissing op bezwaar de weigering om een voorbereidingsbesluit te nemen terecht heeft gehandhaafd. De Afdeling stelt vast dat de rechtbank daarbij de door appellant ingediende beroepsgronden heeft betrokken en deze terecht en op goede gronden heeft verworpen. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd komt neer op een herhaling van hetgeen hij bij de rechtbank naar voren heeft gebracht en biedt geen aanknopingspunten voor een ander oordeel dan de rechtbank daarover heeft gegeven.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Bastein, ambtenaar van Staat.
w.g. Van den Brink w.g. Bastein
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2002.
13.