Bestuursrecht overig
Bij besluit van 19 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn (hierna: het…
ECLI:NL:RVS:2009:BK6717 · Raad van State · 16 december 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2009-bk6717
Zaakgegevens
Op 16 december 2009 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 december 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200904195/1/H1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2009:BK6717
Samenvatting
Bij besluit van 19 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn (hierna: het college) [appellant] op straffe van bestuursdwang gelast de zich op het perceel, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie X, nummer 53, plaatselijk bekend [locatie] te Hellendoorn, (hierna: het perceel) bevindende schuur te verwijderen.
Uitspraak
200904195/1/H1.
Datum uitspraak: 16 december 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 29 april 2009
in zaak nr. 08/185 in het geding tussen:
appellant
en
het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn.
1. Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn (hierna: het college) [appellant] op straffe van bestuursdwang gelast de zich op het perceel, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie X, nummer 53, plaatselijk bekend [locatie] te Hellendoorn, (hierna: het perceel) bevindende schuur te verwijderen.
Bij besluit van 2 januari 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 29 april 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Almelo (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 juni 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 24 juli 2009.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 december 2009, waar [appellant], vertegenwoordigd door mrs. L. Lok en F.G.D. Pykstra, beiden advocaat te Zwolle, en het college, vertegenwoordigd door D. Stentler-Jongste en J.M. de Jong, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat herstel van de schuur mogelijk zou zijn geweest, zodat voor de gelaste verwijdering ervan geen noodzaak bestond.
2.2. Het betoog slaagt niet. De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de schuur in zo slechte staat verkeerde dat geen herstel ervan mogelijk was. Volgens een in zoverre niet of niet voldoende gemotiveerd weersproken taxatierapport van 14 september 2007 waren niet alleen de wanden aan de buitenzijde, maar ook houten staanders en balken van de dakconstructie van de schuur ernstig door houtrot aangetast, de bitumendakbedekking niet meer aanwezig en ontbraken de houtenplanken van het dak gedeeltelijk. Voorts was de economische en executiewaarde van de schuur volgens dit rapport nihil en zijn bij een storm begin 2007 nog dakplaten en boeidelen van de schuur gewaaid.
2.2.1. De rechtbank heeft verder terecht in aanmerking genomen dat algehele vernieuwing van de schuur niet was toegestaan, omdat het overgangsrecht van het bestemmingsplan "Buitengebied 1995" daaraan in de weg staat.
2.3. De voorgedragen beroepsgronden falen. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Boot
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2009
202.