Bestuursrecht overig
Bij besluit van 12 maart 2007 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Oud Zuid (hierna: het…
Raad van State, 3 februari 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BL1841 · Raad van State · 3 februari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2010-bl1841
Zaakgegevens
Op 3 februari 2010 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200905324/1/H3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BL1841
Samenvatting
Bij besluit van 12 maart 2007 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Oud Zuid (hierna: het dagelijks bestuur) aan [vergunninghouders] vergunning verleend om hun [woonboot] aan [locatie] te Amsterdam te vervangen door een andere woonboot.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 11 juni 2009
ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ1363Raad van State · 3 februari 2010deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2010:BL1841
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
200905324/1/H3.
Datum uitspraak: 3 februari 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2009 in zaak nr. 08/44 in het geding tussen:
appellante
en
het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Oud Zuid.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 maart 2007 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Oud Zuid (hierna: het dagelijks bestuur) aan [vergunninghouders] vergunning verleend om hun [woonboot] aan [locatie] te Amsterdam te vervangen door een andere woonboot.
Bij besluit van 28 november 2007 heeft het dagelijks bestuur het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 11 juni 2009, verzonden op dezelfde datum, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 17 augustus 2009.
Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 januari 2010, waar [appellante], in persoon en bijgestaan door mr. J. de Vet, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. L.M. Mulder, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan de schade die zij lijdt als gevolg van onjuiste mededelingen van ambtenaren van het stadsdeel en aan de mogelijkheid voor het dagelijks bestuur om die schade te beperken door haar toe te staan haar kavel uit te breiden. Indien haar dit wordt toegestaan krijgt zij weer de mogelijkheid het door de verlening van de betrokken vervangingsvergunning verloren zicht op het water enigszins te herwinnen. Dit wordt niet bereikt indien zij uitsluitend in geld schadeloos wordt gesteld, aldus [appellante].
2.2. [appellante] heeft geen grond gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het besluit van 28 november 2007 in rechte kan standhouden. De rechtbank heeft gelet op dat oordeel terecht overwogen dat [appellante] zich met een afzonderlijk verzoek om vergoeding van de door haar geleden schade dan wel compensatie van nadeel dient te wenden tot het dagelijks bestuur. Daarbij kan zij zowel een vergoeding in geld als een vergoeding anders dan in geld verzoeken, zoals toestemming om haar kavel uit te breiden.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.W. Mouton, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van Staat.
w.g. Mouton w.g. Neuwahl
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2010
280-597.