Bestuursrecht overig
Bij besluit van 28 oktober 2009 heeft de burgemeester aan [appellant] een huisverbod opgelegd met betrekking…
Raad van State, 29 september 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BN8579 · Raad van State · 29 september 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2010-bn8579
Zaakgegevens
Op 29 september 2010 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 september 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201001146/1/H3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BN8579
Samenvatting
Bij besluit van 28 oktober 2009 heeft de burgemeester aan [appellant] een huisverbod opgelegd met betrekking tot de woning gelegen aan de [locatie] te [plaats]. Bij besluit van 6 november 2009 heeft de burgemeester het huisverbod verlengd met achttien dagen.
Uitspraak
201001146/1/H3.
Datum uitspraak: 29 september 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
wijlen [appellant]
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 januari 2010 in zaak nr. 343018/ F2 RK 09-2799 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Spijkenisse.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 oktober 2009 heeft de burgemeester aan [appellant] een huisverbod opgelegd met betrekking tot de woning gelegen aan de [locatie] te [plaats]. Bij besluit van 6 november 2009 heeft de burgemeester het huisverbod verlengd met achttien dagen.
Bij uitspraak van 13 januari 2010, verzonden op 15 januari 2010, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, na doorzending door de rechtbank Rotterdam bij de Raad van State ingekomen op 29 januari 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 17 maart 2010.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[gemachtigde] van de inmiddels overleden [appellant], heeft namens [belanghebbende] een nader stuk ingediend.
De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 augustus 2010, waar [gemachtigde] en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. R. Evenblij en drs. E. Franse, beiden werkzaam bij de gemeente Spijkenisse, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting [belanghebbende], bijgestaan door [gemachtigde], als belanghebbende gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt. [appellant] is op 5 februari 2010, derhalve na het instellen van het hoger beroep, overleden. Zijn procesbelang is met zijn overlijden komen te vervallen.
[belanghebbende] heeft te kennen gegeven het hoger beroep van [appellant] te willen voortzetten. De Afdeling is echter geen rechtsregel bekend op grond waarvan zij in dit hoger beroep ontvangen zou kunnen worden. Desgevraagd heeft ook [belanghebbende] niet kunnen aangeven in welke hoedanigheid en op grond van welke wettelijke bepaling zij in het hoger beroep van wijlen [appellant] zou kunnen worden ontvangen.
2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Smissen, ambtenaar van staat.
w.g. Claessens w.g. Van der Smissen
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2010
280-640.