Bestuursrecht overig
Bij besluit van 23 oktober 2009 heeft het college de aanvraag van [appellant] om een uitweg te realiseren aan…
Raad van State, 23 februari 2011
ECLI:NL:RVS:2011:BP5470 · Raad van State · 23 februari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2011-bp5470
Zaakgegevens
Op 23 februari 2011 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 februari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201008717/1/H3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2011:BP5470
Samenvatting
Bij besluit van 23 oktober 2009 heeft het college de aanvraag van [appellant] om een uitweg te realiseren aan de [locatie] te Zandvoort afgewezen. Voorts heeft het college bij besluit van dezelfde dag de aanvraag van [appellant] om ontheffing van het bestemmingplan voor het gebruik van de voortuin als parkeerplaats afgewezen.
Uitspraak
201008717/1/H3.
Datum uitspraak: 23 februari 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 13 augustus 2010 in zaak nr. 10/1535 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 oktober 2009 heeft het college de aanvraag van [appellant] om een uitweg te realiseren aan de [locatie] te Zandvoort afgewezen. Voorts heeft het college bij besluit van dezelfde dag de aanvraag van [appellant] om ontheffing van het bestemmingplan voor het gebruik van de voortuin als parkeerplaats afgewezen.
Bij besluit van 26 februari 2010 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de besluiten van 23 oktober 2009 in stand gelaten onder aanvulling van de motivering.
Bij uitspraak van 13 augustus 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 september 2010, hoger beroep ingesteld.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
[appellant] en het college hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting op 31 januari 2011 aan de orde gesteld.
2. Overwegingen
2.1. Gebleken is dat het college recent aan [appellant] een uitwegvergunning heeft verleend. Daarmee is diens belang bij een beoordeling van de gronden van zijn hoger beroep in zoverre komen te vervallen. Ook overigens is niet gebleken dat [appellant] nog belang heeft bij een beoordeling van de gronden van zijn hoger beroep.
2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.
w.g. Konijnenbelt w.g. Neuwahl
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2011
280-671.