Bestuursrecht overig
Bij besluit van 17 september 2009 heeft de Belastingdienst de voor 2008 aan [appellant] toegekende…
Raad van State, 25 mei 2011
ECLI:NL:RVS:2011:BQ5915 · Raad van State · 25 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2011-bq5915
Zaakgegevens
Op 25 mei 2011 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201009389/1/H2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2011:BQ5915
Samenvatting
Bij besluit van 17 september 2009 heeft de Belastingdienst de voor 2008 aan [appellant] toegekende kindertoeslag herzien en € 484,00 aan voorschot van hem teruggevorderd.
Uitspraak
201009389/1/H2.
Datum uitspraak: 25 mei 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Purmerend,
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) van 19 augustus 2010 in zaak nr. 10/1666 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: de Belastingdienst).
1. Procesverloop
Bij besluit van 17 september 2009 heeft de Belastingdienst de voor 2008 aan [appellant] toegekende kindertoeslag herzien en € 484,00 aan voorschot van hem teruggevorderd.
Bij besluit van 18 september 2009 heeft zij voorts het kindgebonden budget voor 2009 herzien en € 534,00 aan voorschot van hem teruggevorderd.
Bij besluit van 25 februari 2010 heeft de Belastingdienst de door [appellant] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 19 augustus 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 september 2010, hoger beroep ingesteld.
De Belastingdienst heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 11 mei 2011.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt ter bepaling van de draagkracht voor de toepassing van een inkomensafhankelijke regeling het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 8, van de belanghebbende en dat van zijn partner in aanmerking genomen.
2.2. De besluiten van 17 en 18 september 2009 zijn genomen, omdat bij de berekening van de voorschotten niet is uitgegaan van de juiste gegevens.
2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de Belastingdienst op grond van de onderzoeksplicht bij het vaststellen van de voorschotten rekening moest houden met het inkomen van zijn partner en hem dit nu niet kan worden tegengeworpen.
Voorts voert hij aan dat de rechtbank ten onrechte niet heeft gemotiveerd, waarom zijn overige beroepsgronden niet tot het oordeel hebben geleid dat de Belastingdienst niet tot herziening mocht besluiten.
2.3.1. Niet in geschil is dat [appellant], gezien het toetsingsinkomen van hem en zijn partner, niet in aanmerking komt voor een kindertoeslag voor 2008 en kindgebonden budget voor 2009.
2.3.2. Nu een voorschot wordt herzien, indien blijkt dat het tot een hoger bedrag is toegekend, dan dat waarop de tegemoetkoming wordt vastgesteld en, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, een voorschot niet met zich brengt dat aanspraak op toeslag of budget bestaat, faalt het betoog.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van staat.
w.g. Loeb w.g. Bindels
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2011
85-705.