Bestuursrecht overig
Bij besluit van 17 maart 2010 heeft het college het verzoek van Dorpsvereniging Midwolde om toepassing van…
ECLI:NL:RVS:2012:BV5114 · Raad van State · 15 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2012-bv5114
Zaakgegevens
Op 15 februari 2012 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201102905/1/A4
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BV5114
Samenvatting
Bij besluit van 17 maart 2010 heeft het college het verzoek van Dorpsvereniging Midwolde om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot het zonder de daarvoor ingevolge de Wet milieubeheer vereiste vergunning in werking zijn van de inrichting van [partij] aan de [locatie] te Midwolde, gemeente Leek, afgewezen.
Uitspraak
201102905/1/A4.
Datum uitspraak: 15 februari 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de vereniging Dorpsvereniging Midwolde, gevestigd te Midwolde, gemeente Leek,
appellante,
en
het college van gedeputeerde staten van Groningen,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 17 maart 2010 heeft het college het verzoek van Dorpsvereniging Midwolde om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot het zonder de daarvoor ingevolge de Wet milieubeheer vereiste vergunning in werking zijn van de inrichting van [partij] aan de [locatie] te Midwolde, gemeente Leek, afgewezen.
Bij besluit van 26 januari 2011, verzonden op dezelfde datum, heeft het college beslist op het hiertegen door Dorpsvereniging Midwolde gemaakte bezwaar en het besluit van 17 maart 2010 gehandhaafd onder aanpassing van de motivering.
Tegen dit besluit heeft Dorpsvereniging Midwolde bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 maart 2011, beroep ingesteld. Bij brief van 6 april 2011 zijn de gronden van het beroep aangevuld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het college heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak op 18 november 2011 ter zitting gevoegd behandeld met zaak nr. 201012237/1, waar Dorpsvereniging Midwolde, vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, en het college, vertegenwoordigd door S.G. Steenbergen, H. Tillema, R.J.B. Caderius van Veen en J.H. Veerkamp, allen werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Voorts is [partij], vertegenwoordigd door mr. C.W. Kniestedt, advocaat te Amsterdam, als partij gehoord.
Na de behandeling ter zitting heeft de Afdeling de zaken weer gesplitst.
2. Overwegingen
2.1. Het college heeft het verzoek om handhaving in het besluit van 17 maart 2010 afgewezen, omdat het voornemens was op korte termijn partieel handhavend op te treden tegen het zonder vergunning in werking zijn van de inrichting. Bij het bestreden besluit heeft het college deze afwijzing gehandhaafd, omdat het intussen, bij besluit van 29 april 2010, was overgegaan tot de eerder aangekondigde partiële handhaving. In genoemd besluit van 29 april 2010 heeft het college verklaard het in werking zijn van de inrichting te gedogen onder de in de bijlage bij dit besluit opgenomen voorwaarden en heeft het daarnaast vijf lasten onder dwangsom aan [partij] opgelegd.
2.2. Dorpsvereniging Midwolde betoogt dat het college haar verzoek om handhaving ten onrechte heeft afgewezen. Zij voert aan dat het college het besluit van 29 april 2010 niet had mogen nemen, omdat geen concreet zicht op legalisatie bestond. Verder is onvoldoende duidelijk welke activiteiten op grond van het besluit van 29 april 2010 zijn toegestaan, biedt dit besluit onvoldoende bescherming tegen hinder vanwege de inrichting en zijn de in dit besluit opgenomen lasten onder dwangsom onvoldoende effectief, aldus Dorpsvereniging Midwolde.
2.2.1. Voor zover de beroepsgronden zijn gericht tegen het besluit van 29 april 2010, overweegt de Afdeling dat de rechtmatigheid van dit besluit in deze procedure niet aan de orde kan zijn. Tegen dit besluit stonden afzonderlijke rechtsmiddelen open.
Toen het college het bestreden besluit nam, had het inmiddels met het besluit van 29 april 2010 een beslissing genomen tot partieel handhavend optreden vanwege het zonder milieuvergunning in werking zijn van de inrichting. Het college heeft hierin in redelijkheid aanleiding kunnen zien om de afwijzing van 17 maart 2010 bij het bestreden besluit in stand te laten.
2.3. Het beroep is ongegrond.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van staat.
w.g. Van Kreveld w.g. Van Grinsven
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2012
462-693.