Bestuursrecht overig

Bij besluit van 28 oktober 2011 heeft het college aan [belanghebbende] ontheffing verleend voor het wijzigen…

Zaakgegevens

Op 13 maart 2013 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 maart 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
201205391/1/A1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:BZ3974
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 28 oktober 2011 heeft het college aan [belanghebbende] ontheffing verleend voor het wijzigen van het gebruik van het pand op het perceel [locatie] te Eindhoven (hierna: het perceel) naar kamerverhuur.

Uitspraak

201205391/1/A1.

Datum uitspraak: 13 maart 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Eindhoven,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 april 2012 in zaak nr. 11/4101 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.

Procesverloop

Bij besluit van 28 oktober 2011 heeft het college aan [belanghebbende] ontheffing verleend voor het wijzigen van het gebruik van het pand op het perceel [locatie] te Eindhoven (hierna: het perceel) naar kamerverhuur.

Bij uitspraak van 10 april 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit moeten nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 februari 2013.

Overwegingen

1.    De Afdeling overweegt ambtshalve als volgt.

2.    [belanghebbende] heeft de aanvraag om ontheffing ingetrokken en het college heeft bij brief van 15 november 2012 de intrekking bevestigd. Gelet hierop heeft [appellant] geen belang meer bij een oordeel van de Afdeling over de door hem aangevoerde beroepsgronden tegen de aangevallen uitspraak. Dat oordeel, hoe dat ook luidt, kan immers voor [appellant] niet leiden tot een ander door hem gewenst resultaat dan reeds is bereikt met de intrekking van de aanvraag en de vernietiging van het besluit. Nu [appellant] voorts niet heeft gesteld schade te hebben geleden ten gevolge van het door hem in beroep bestreden besluit, is het hoger beroep niet-ontvankelijk.

3.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van staat.

w.g. Van Dijk    w.g. Fransen

voorzitter    ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2013

407-712.