Bestuursrecht overig
Bij besluit van 15 november 2012 heeft het CBR geweigerd [appellant] een verklaring van geschiktheid voor het…
Raad van State, 7 mei 2014
ECLI:NL:RVS:2014:1639 · Raad van State · 7 mei 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2014-1639
Zaakgegevens
Op 7 mei 2014 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 7 mei 2014
- Datum publicatie
- 7 mei 2014
- Zaaknummer
- 201308908/1/A1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2014:1639
Samenvatting
Bij besluit van 15 november 2012 heeft het CBR geweigerd [appellant] een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen van categorie B te verlenen.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:RBZWB:2013:6403Raad van State · 7 mei 2014deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2014:1639
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
201308908/1/A1.
Datum uitspraak: 7 mei 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 augustus 2013 in zaak nr. 13/1553 in het geding tussen:
[appellant]
en
de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).
Procesverloop
Bij besluit van 15 november 2012 heeft het CBR geweigerd [appellant] een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen van categorie B te verlenen.
Bij besluit van 21 februari 2013 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 27 augustus 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het CBR heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 1 april 2014.
Overwegingen
1. Hetgeen [appellant] in hoger beroep aanvoert, is louter een niet nader gemotiveerde herhaling van de in beroep bij de rechtbank aangevoerde gronden, waarop de rechtbank in de aangevallen uitspraak gemotiveerd is ingegaan. [appellant] heeft niet aangevoerd dat en waarom het oordeel van de rechtbank onjuist, dan wel onvolledig is. Gelet hierop kan het aangevoerde niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.
w.g. Van der Spoel w.g. Graaff-Haasnoot
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2014
531-771.