Bestuursrecht overig

Bij besluit van 15 november 2012 heeft het CBR geweigerd [appellant] een verklaring van geschiktheid voor het…

Raad van State, 7 mei 2014

Zaakgegevens

Op 7 mei 2014 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
7 mei 2014
Datum publicatie
7 mei 2014
Zaaknummer
201308908/1/A1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:1639
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 15 november 2012 heeft het CBR geweigerd [appellant] een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen van categorie B te verlenen.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:RBZWB:2013:6403
  2. Raad van State · 7 mei 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2014:1639

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

201308908/1/A1.

Datum uitspraak: 7 mei 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 augustus 2013 in zaak nr. 13/1553 in het geding tussen:

[appellant]

en

de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).

Procesverloop

Bij besluit van 15 november 2012 heeft het CBR geweigerd [appellant] een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen van categorie B te verlenen.

Bij besluit van 21 februari 2013 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 augustus 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het CBR heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 1 april 2014.

Overwegingen

1. Hetgeen [appellant] in hoger beroep aanvoert, is louter een niet nader gemotiveerde herhaling van de in beroep bij de rechtbank aangevoerde gronden, waarop de rechtbank in de aangevallen uitspraak gemotiveerd is ingegaan. [appellant] heeft niet aangevoerd dat en waarom het oordeel van de rechtbank onjuist, dan wel onvolledig is. Gelet hierop kan het aangevoerde niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Spoel w.g. Graaff-Haasnoot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2014

531-771.