Bestuursrecht overig
Bij besluit van 24 januari 2012 heeft de raad een verzoek van [appellant] om een toevoeging afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2014:953 · Raad van State · 19 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2014-953
Zaakgegevens
Op 19 maart 2014 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 19 maart 2014
- Datum publicatie
- 19 maart 2014
- Zaaknummer
- 201304737/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2014:953
Samenvatting
Bij besluit van 24 januari 2012 heeft de raad een verzoek van [appellant] om een toevoeging afgewezen.
Uitspraak
201304737/1/A2.
Datum uitspraak: 19 maart 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 18 april 2013 in zaak nr. 12/1063 in het geding tussen:
[appellant]
en
het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).
Procesverloop
Bij besluit van 24 januari 2012 heeft de raad een verzoek van [appellant] om een toevoeging afgewezen.
Bij besluit van 27 februari 2012 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 18 april 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 5 maart 2014.
Overwegingen
1. Hetgeen [appellant] in hoger beroep aanvoert over de rechtmatigheid van de bij het besluit van 27 februari 2012 gehandhaafde weigering hem de gevraagde toevoeging te verstrekken, is een herhaling van hetgeen hij in beroep heeft aangevoerd en door de rechtbank op goede gronden is verworpen.
Het aangevoerde kan aldus niet leiden tot het daarmee beoogde doel. Voor een vergoeding van de in bezwaar, beroep en hoger beroep gemaakte kosten, als verzocht, is geen plaats.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat.
w.g. Van Altena w.g. Dallinga
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2014
18-799.