Bestuursrecht overig
Bij besluit van 7 oktober 2013 heeft het college het verzoek van [appellant] om ingevolge de Wet openbaarheid…
ECLI:NL:RVS:2015:1353 · Raad van State · 29 april 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2015-1353
Zaakgegevens
Op 29 april 2015 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 29 april 2015
- Datum publicatie
- 29 april 2015
- Zaaknummer
- 201404125/1/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2015:1353
Samenvatting
Bij besluit van 7 oktober 2013 heeft het college het verzoek van [appellant] om ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur informatie aan hem te verstrekken, gedeeltelijk toegewezen.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:RBOBR:2014:1538Raad van State · 29 april 2015deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2015:1353
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
201404125/1/A3.
Datum uitspraak: 29 april 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 2 april 2014 in zaak nr. 14/230 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch.
Procesverloop
Bij besluit van 7 oktober 2013 heeft het college het verzoek van [appellant] om ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur informatie aan hem te verstrekken, gedeeltelijk toegewezen.
Bij besluit van 5 december 2013 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 2 april 2014 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 april 2015, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. J. Bijleveld en mr. P.J.A.M. van Sleuwen, beiden werkzaam bij de gemeente ‘s-Hertogenbosch, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Hetgeen [appellant] als gronden in zijn hogerberoepschrift aanvoert, is een letterlijke herhaling van de gronden die hij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze beroepsgronden gemotiveerd weerlegd, waarbij zij tot het oordeel is gekomen dat het besluit van 5 december 2013 in rechte stand kan houden. [appellant] heeft in zijn hogerberoepschrift niet uiteengezet, dat en waarom het desbetreffende oordeel onjuist is. Gelet hierop kan het aangevoerde niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Vreken-Westra, griffier.
w.g. Steendijk w.g. Vreken-Westra
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2015
434-816.