Bestuursrecht overig
Bij besluit van 20 juni 2013 heeft het college besloten over te gaan tot invordering van een door [appellant]…
ECLI:NL:RVS:2015:2151 · Raad van State · 8 juli 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2015-2151
Zaakgegevens
Op 8 juli 2015 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 juli 2015
- Datum publicatie
- 8 juli 2015
- Zaaknummer
- 201408394/1/A1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2015:2151
Samenvatting
Bij besluit van 20 juni 2013 heeft het college besloten over te gaan tot invordering van een door [appellant] verbeurde dwangsom ter hoogte van € 10.000,00.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:5561Raad van State · 8 juli 2015deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2015:2151
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
201408394/1/A1.
Datum uitspraak: 8 juli 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
wijlen [appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbend te Putten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 2 september 2014 in zaak nr. 13/7545 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Putten.
Procesverloop
Bij besluit van 20 juni 2013 heeft het college besloten over te gaan tot invordering van een door [appellant] verbeurde dwangsom ter hoogte van € 10.000,00.
Bij besluit van 14 oktober 2013 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 2 september 2014 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
Overwegingen
1. De behandeling van de zaak ter zitting die was gepland op 22 april 2015, heeft niet plaatsgevonden. De gemachtigde van [appellant] heeft de Afdeling bij brief van 21 april 2015 laten weten dat [appellant] enkele dagen daarvoor is overleden. De erfgenamen van wijlen [appellant] hebben niet binnen de door de Afdeling aan hen gestelde termijn aangegeven dat zij het hoger beroep willen voortzetten. Gelet hierop bestaat er geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, griffier.
w.g. Hoekstra w.g. Fransen
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2015
407-619.