Bestuursrecht overig
Bij brief van 24 juli 2014 heeft het college gereageerd op een verzoek om informatie van [appellante] op…
ECLI:NL:RVS:2015:4021 · Raad van State · 30 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2015-4021
Zaakgegevens
Op 30 december 2015 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 30 december 2015
- Datum publicatie
- 30 december 2015
- Zaaknummer
- 201503529/1/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2015:4021
Samenvatting
Bij brief van 24 juli 2014 heeft het college gereageerd op een verzoek om informatie van [appellante] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob).
Procesgang
Raad van State · 30 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2015:4021
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:1399Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
201503529/1/A3.
Datum uitspraak: 30 december 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te Oss,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 maart 2015 in zaak nr. 14/3682 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Oss.
Procesverloop
Bij brief van 24 juli 2014 heeft het college gereageerd op een verzoek om informatie van [appellante] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob).
Bij uitspraak van 17 maart 2015 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het beroep dat [appellante] heeft ingesteld tegen het niet tijdig door het college nemen van een besluit op haar verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 december 2015, waar het college, vertegenwoordigd door mr. W.A.M. de Wit, is verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit.
2. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college nog geen besluit op haar verzoek heeft genomen, als gevolg waarvan het college een dwangsom heeft verbeurd.
3. Dit betoog faalt. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat de brief van 24 juli 2014 een besluit is op het Wob-verzoek van [appellante] van 18 juli 2014. In de brief van 24 juli 2014 is gereageerd op het verzoek en is vermeld dat er geen informatie in de zin van de Wob voorhanden is. Anders dan [appellante] aanvoert, is voor de vraag of een brief als besluit moet worden geduid de inhoud van de brief en niet de wens van partijen bepalend.
De Afdeling deelt het oordeel van de rechtbank dat op de aanvraag van [appellante] is beslist. Het al dan niet opnemen van de verplichte rechtsmiddelenverwijzing en de wijze van ondertekening is voor het antwoord op de vraag of het college op 24 juli 2014 een besluit in de zin van de Awb heeft genomen niet doorslaggevend.
4. De rechtbank heeft terecht overwogen dat nu reeds was beslist op de aanvraag geen beroep meer kon worden ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Daarom heeft de rechtbank het beroep van [appellante] als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb terecht niet ontvankelijk verklaard.
5. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, griffier.
w.g. Lubberdink w.g. Neuwahl
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 december 2015
280.