Bestuursrecht overig
Bij besluit van 29 juni 2012 heeft het college het verzoek van [appellant], zich noemende "[persoon]" om zijn…
ECLI:NL:RVS:2015:760 · Raad van State · 11 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2015-760
Zaakgegevens
Op 11 maart 2015 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 11 maart 2015
- Datum publicatie
- 11 maart 2015
- Zaaknummer
- 201406387/1/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2015:760
Samenvatting
Bij besluit van 29 juni 2012 heeft het college het verzoek van [appellant], zich noemende "[persoon]" om zijn gegevens in de gemeentelijke basisadministratie te wijzigen, afgewezen.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:RBROT:2013:7135Raad van State · 11 maart 2015deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2015:760
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
201406387/1/A3.
Datum uitspraak: 11 maart 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], zich noemende "[persoon]", wonend te Rotterdam,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 juni 2013 in zaak nr. 12/5190 in het geding tussen:
appellant
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Procesverloop
Bij besluit van 29 juni 2012 heeft het college het verzoek van [appellant], zich noemende "[persoon]" om zijn gegevens in de gemeentelijke basisadministratie te wijzigen, afgewezen.
Bij besluit van 22 oktober 2012 heeft het college het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 juni 2013 heeft de rechtbank het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 februari 2015, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. R. Veerkamp, advocaat te Utrecht, is verschenen.
Overwegingen
1. Appellant heeft zijn stelling dat de uitspraak van de rechtbank in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat het college bij een afweging van alle in aanmerking komende belangen niet in redelijkheid zijn verzoek kon afwijzen op geen enkele wijze gemotiveerd, ook niet nadat hij daartoe door de Afdeling uitdrukkelijk in de gelegenheid is gesteld. Gelet hierop bestaat geen aanleiding te oordelen dat uit hetgeen appellant heeft aangevoerd zou moeten worden geconcludeerd dat de rechtbank niet terecht of op onjuiste gronden het beroep van appellant ongegrond heeft verklaard. Hetgeen appellant ter zitting naar voren heeft gebracht, geeft geen aanleiding hierover anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, griffier.
w.g. Van Altena w.g. Klein
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2015
176-818.