Bestuursrecht overig

Bij besluit van 21 november 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag voor…

Zaakgegevens

Op 30 november 2016 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
30 november 2016
Datum publicatie
30 november 2016
Zaaknummer
201604359/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2016:3155
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 21 november 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2014 vastgesteld op nihil.

Uitspraak

201604359/1/A2.

Datum uitspraak: 30 november 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de Belastingdienst/Toeslagen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 mei 2016 in zaak nr. 15/4250 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2014 vastgesteld op nihil.

Bij besluit van 15 juni 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 17 mei 2016 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 15 juni 2015 vernietigd en bepaald dat de Belastingdienst/Toeslagen een dwangsom groot € 640 euro aan [wederpartij] betaalt. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de Belastingdienst/Toeslagen hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Met toestemming van partijen is afgezien van behandeling van de zaak ter zitting.

Overwegingen

1. De Belastingdienst/Toeslagen stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat aan [wederpartij] een dwangsom van € 640,- moet worden betaald, nu sprake is van een voorschot op de kinderopvangtoeslag en paragraaf 4.1.3.2. van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) daarop niet van toepassing is.

1.1. Ingevolge artikel 12, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir), is paragraaf 4.1.3.2 van de Awb niet van toepassing op beschikkingen van de Belastingdienst/Toeslagen met uitzondering van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14, alsmede beslissingen op bezwaarschriften tegen deze beschikkingen.

Ingevolge artikel 14, eerste lid, wordt een tegemoetkoming op aanvraag toegekend door de Belastingdienst/Toeslagen.

Ingevolge artikel 16, eerste lid, verleent de Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende die een aanvraag voor een tegemoetkoming indient vóór 1 april van het jaar volgend op het berekeningsjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, een voorschot tot het bedrag waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld.

1.2. Het besluit waartegen [wederpartij] beroep heeft ingesteld, betreft de toekenning van een voorschot kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 16 van de Awir en geen besluit als bedoeld in artikel 14 van de Awir, de toekenning van een tegemoetkoming. Ingevolge artikel 12, tweede lid, van de Awir is paragraaf 4.1.3.2, betreffende de dwangsom bij niet-tijdig beslissen, slechts van toepassing voor zover het een besluit betreft dat betrekking heeft op de toekenning van een tegemoetkoming als bedoel in artikel 14 van de Awir en in dit geval derhalve niet van toepassing. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 15 juni 2015 van de Belastingdienst/Toeslagen alsnog ongegrond verklaren.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 mei 2016 in zaak nr. 15/4250;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, griffier.

w.g. Bijloos w.g. Poot

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2016

362.