Bestuursrecht overig
Bij besluit van 12 februari 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellante]…
Raad van State, 25 oktober 2017
ECLI:NL:RVS:2017:2866 · Raad van State · 25 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2017-2866
Zaakgegevens
Op 25 oktober 2017 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 25 oktober 2017
- Datum publicatie
- 25 oktober 2017
- Zaaknummer
- 201701071/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2017:2866
Samenvatting
Bij besluit van 12 februari 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellante] over het jaar 2013 definitief vastgesteld op € 1.736,00 en € 1.443,00 aan teveel ontvangen voorschotten van haar teruggevorderd.
Procesgang
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:16302Raad van State · 25 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2017:2866
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
201701071/1/A2.
Datum uitspraak: 25 oktober 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 december 2016 in zaak nr. 16/6598 in het geding tussen:
[appellante]
en
de Belastingdienst/Toeslagen.
Procesverloop
Bij besluit van 12 februari 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellante] over het jaar 2013 definitief vastgesteld op € 1.736,00 en € 1.443,00 aan teveel ontvangen voorschotten van haar teruggevorderd.
Bij besluit van 5 juli 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij mondelinge uitspraak van 20 december 2016 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het proces-verbaal van deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling van de zaak ter zitting.
Overwegingen
1. [appellante] heeft over het jaar 2013 voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen voor de opvang van haar dochter. De Belastingdienst/Toeslagen heeft deze voorschotten deels van [appellante] teruggevorderd, omdat zij minder uren opvang heeft afgenomen dan waarvoor de voorschotten zijn verleend.
2. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Belastingdienst/Toeslagen de teveel ontvangen voorschotten kinderopvangtoeslag ten onrechte van haar terugvordert, nu zij de toeslag niet zelf heeft ontvangen maar deze is betaald aan de kinderopvanginstelling. Bovendien was zij door de gemeente Zoetermeer verplicht om te gaan werken, waardoor zij haar kind moest laten opvangen. Niet meewerken zou resulteren in het verlies van haar uitkering, aldus [appellante].
3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1785) is in artikel 26 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir) dwingend voorgeschreven dat, indien een verrekening van een voorschot met een tegemoetkoming leidt tot een terug te vorderen bedrag, zoals in dit geval, de belanghebbende het bedrag van de terugvordering in zijn geheel is verschuldigd. In de Awir is geen bepaling opgenomen op grond waarvan de Belastingdienst/Toeslagen van terugvordering kan afzien of van een ander dan de belanghebbende kan terugvorderen. Nu [appellante] als aanvrager van de kinderopvangtoeslag de belanghebbende als bedoeld in voormelde bepaling is, is zij - ook al was zij genoodzaakt haar kind op te laten vangen, omdat de gemeente haar heeft verplicht om te gaan werken - gehouden de ten onrechte uitbetaalde voorschotten over 2013 aan de Belastingdienst/Toeslagen terug te betalen.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen de teveel ontvangen voorschotten kinderopvangtoeslag over 2013 terecht van [appellante] heeft teruggevorderd.
Het betoog faalt.
4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dokkum, griffier.
w.g. Van Altena w.g. Van Dokkum
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2017
480-834.